Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker],
Het procesverloop
De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing
De beslissing
G.M. Keupink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2014.
Rechtbank Overijssel
Verzoeker diende een verzoek in tot wijziging van zijn voornaam, nadat een eerdere wijziging in 2011 niet het gewenste effect had op het stoppen van pesterijen. Tijdens de zitting verklaarde verzoeker dat hij de gewenste voornaam al in het maatschappelijk verkeer gebruikt, maar dat dit vragen oproept vanwege de officiële voorletters. De rechtbank overwoog dat voornamen een identificatiemiddel zijn binnen familie en maatschappij en dat een wijziging alleen kan worden toegestaan bij een zwaarwichtig belang.
De rechtbank benadrukte dat het gebruik van een andere roepnaam dan de officiële voornaam in Nederland gebruikelijk is en dat verzoeker geen uitleg verschuldigd is over zijn roepnaam. Ondanks het persoonlijke belang van verzoeker vond de rechtbank dat het belang van het rechtsverkeer bij consistentie in namen zwaarder weegt.
Daarom concludeerde de rechtbank dat het verzoek onvoldoende zwaarwichtig belang bevatte en wees het verzoek tot voornaamswijziging af. De beschikking werd op 27 oktober 2014 openbaar uitgesproken door mr. M.H. van der Lecq.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de voornaam is afgewezen wegens onvoldoende zwaarwichtig belang.