Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
23 september 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E. Postmaen van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw
mr. M. van der Steeg, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
- een psychiatrisch rapport Pro Justitia d.d. 2 mei 2014, opgemaakt door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater/psychoanalyticus;
- een psychologisch rapport Pro Justitia d.d. 6 juni 2014, opgemaakt door drs. G.J.W. Pol, psycholoog;
- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 31 juli 2014, opgemaakt door
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Nassau, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2014.