ECLI:NL:RBOVE:2014:5054
Rechtbank Overijssel
- Raadkamer
- B.W.M. Hendriks
- A. Flos
- C.C.S. Koppes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing lijfsdwang en vermindering ontnemingsvordering
De veroordeelde heeft bij vonnis van 11 mei 2011 een ontnemingsmaatregel opgelegd gekregen tot betaling van €64.000 aan de Staat. Na verlof tot toepassing van lijfsdwang op 11 december 2013, verzocht de veroordeelde op 14 juli 2014 om opheffing van deze lijfsdwang en vermindering van de ontnemingsvordering.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot opheffing van lijfsdwang niet-ontvankelijk is omdat de veroordeelde op dat moment geen lijfsdwang ondergaat en ook niet heeft ondergaan. Artikel 577c lid 7 Sv biedt alleen rechtsbescherming tegen daadwerkelijk uitgevoerde lijfsdwang, niet tegen verleend verlof.
Ten aanzien van de vermindering van de ontnemingsvordering stelt de rechtbank vast dat de veroordeelde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij nu en in de toekomst niet in staat zal zijn om aan de betalingsverplichting te voldoen. De rechtbank benadrukt dat wettelijke bepalingen geen termijnbetaling toestaan en dat matiging alleen mogelijk is bij aantoonbare ontoereikende draagkracht.
Daarom wijst de rechtbank zowel het verzoek tot opheffing van lijfsdwang als het verzoek tot vermindering van de ontnemingsvordering af.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing lijfsdwang niet-ontvankelijk en verzoek tot vermindering ontnemingsvordering afgewezen.