Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster],
[belanghebbende],
Het procesverloop
- brieven van mr. Van Straten d.d. 1 en 9 juli 2014, met bijlagen;
- brieven van mr. Ten Brummelhuis d.d. 1 juli en 10 juli 2014, met bijlagen.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben vier minderjarige kinderen. Na hun scheiding is een verzoek ingediend voor voorlopige voorzieningen omtrent kinderalimentatie en omgangsregeling.
De rechtbank stelt een voorlopige omgangsregeling vast waarbij de kinderen in de zomervakantie en daarna in even weken bij de man verblijven. De man haalt en brengt de kinderen en zij eten vooraf bij de ouder waar ze verblijven. De rechtbank benadrukt het belang van goede communicatie tussen ouders en verwijst naar mediation.
De behoefte van de kinderen wordt berekend op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen en de tabel eigen aandeel in de kosten van kinderen, zonder verhoging voor oppaskosten. De draagkracht van de man wordt vastgesteld aan de hand van zijn huidige salaris, waarbij rekening wordt gehouden met dubbele woonlasten omdat hij de lasten van de voormalige echtelijke woning volledig betaalt. De vrouw heeft geen woonlasten.
De draagkracht van de man blijkt zeer beperkt (€38 per maand), terwijl die van de vrouw €556 per maand bedraagt. Omdat samen niet volledig in de behoefte kan worden voorzien, wordt de man een bijdrage van €9,50 per kind per maand opgelegd, ingaande 30 juni 2014. Meer of anders verzochte voorzieningen worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de voorlopige kinderalimentatie vast op €9,50 per kind per maand met ingang van 30 juni 2014 en bevestigt een omgangsregeling waarbij de kinderen in de even weken bij de man verblijven.