De gemeenten hebben een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor leerlingen- en gymvervoer, verdeeld in zeven percelen. TCR B.V. en DE VIER GEWESTEN B.V. schreven tijdig in op percelen 2 tot en met 6. De gunning geschiedde op basis van het economisch meest voordelige inschrijving, waarbij prijs en kwaliteit (inclusief vervoerplan) als subcriteria golden.
TCR c.s. kreeg voor het vervoerplan een lage score omdat essentiële informatie ontbrak, zoals inzet van voertuigen en aantal beladen kilometers. Hoewel deze gegevens volgens TCR c.s. uit het prijzenformulier konden worden afgeleid, waren de gemeenten van oordeel dat het de verantwoordelijkheid van de inschrijver was om een volledig vervoerplan in te dienen. De gemeenten hebben het vervoerplan conform het bestek beoordeeld en de inschrijving afgewezen.
TCR c.s. vorderde in kort geding dat de aanbestedingsprocedure werd gestaakt en herhaald, stellende dat de gemeenten onrechtmatig handelden door af te wijken van de beoordelingsprocedure en onjuist te beoordelen. De rechtbank oordeelde dat de beoordelingsprocedure voldoende transparant was en dat de gemeenten niet verplicht waren ontbrekende informatie zelf uit andere documenten te halen. De inschrijving voldeed niet aan de gestelde eisen, waardoor afwijzing terecht was.
De vorderingen van TCR c.s. werden afgewezen, waarbij de rechtbank oordeelde dat geen sprake was van schending van het zorgvuldigheids- of gelijkheidsbeginsel. TCR c.s. werd veroordeeld in de proceskosten van de gemeenten en Noot c.s., die zich aan de zijde van de gemeenten had gevoegd.