ECLI:NL:RBOVE:2014:4467
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing van verbeurde dwangsommen en comparitie gelast over provisiegeschil na beëindiging dienstverband
De zaak betreft een geschil tussen eiser en gedaagde over de betaling en opgave van provisies na beëindiging van een arbeidsovereenkomst als verzekeringsintermediair. Eiser werd bij verstek veroordeeld tot het overleggen van stukken over betaalde provisies, met een dwangsom voor niet-nakoming. Eiser vordert opheffing van de verbeurde dwangsommen en staking van executie, stellende dat hij door ernstige privéomstandigheden en afhankelijkheid van gedaagde niet tijdig kon voldoen.
De rechtbank stelt vast dat eiser vanaf 24 september 2012 aan zijn verplichtingen heeft voldaan en dat dwangsommen alleen zijn verbeurd in de periode van 5 tot 24 september 2012. Gelet op de ernstige privéomstandigheden van eiser en de afhankelijkheid van reacties van gedaagde, oordeelt de rechtbank dat het onredelijk is meer inspanning te verlangen en heft de verbeurde dwangsommen op.
In reconventie vordert gedaagde betaling van openstaande en toekomstige provisies en jaarlijkse opgave hiervan, stellende dat sprake is van een doorlopende overeenkomst. Eiser betwist dit en stelt dat de dienstverlening is opgezegd. De rechtbank acht de informatie onvoldoende om te beslissen en gelast een comparitie om de contractuele relatie en mogelijke oplossing te bespreken.
De rechtbank veroordeelt gedaagde in de proceskosten en wijst overige vorderingen van eiser af. De zaak wordt verwezen naar een civiele rolzitting voor het plannen van de comparitie.
Uitkomst: De rechtbank heft de verbeurde dwangsommen op en gelast een comparitie om het provisiegeschil nader te onderzoeken.