ECLI:NL:RBOVE:2014:4390
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst door vaststellingsovereenkomst en recht op WW-uitkering
Eiseres was sinds 1999 werkzaam bij de Rabobank en heeft op 28 november 2013 een vaststellingsovereenkomst ondertekend waarin is overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2014 eindigt, met een ontbindende voorwaarde dat de overeenkomst vervalt als werkgeefster een passende functie aanbiedt.
Verweerder weigerde een WW-uitkering toe te kennen tot 31 maart 2014 omdat de vaststellingsovereenkomst nog niet definitief was door de ontbindende voorwaarde. Eiseres stelde dat de arbeidsovereenkomst per ondertekening was geëindigd en dat de opzegtermijn vanaf 1 december 2013 liep, waardoor het recht op WW-uitkering per 1 maart 2014 ontstond.
De rechtbank oordeelt dat met de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst de arbeidsovereenkomst is beëindigd en dat de ontbindende voorwaarde daaraan niet afdoet. De fictieve opzegtermijn moet worden toegerekend van 1 december 2013 tot 1 maart 2014.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de rechtbank kent zelf een WW-uitkering toe vanaf 1 maart 2014, met betaling van wettelijke rente en vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank kent eiseres met ingang van 1 maart 2014 een WW-uitkering toe en vernietigt het bestreden besluit.