Uitspraak
[veroordeelde],
wonende te [woonplaats], [adres],
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 22 juli 2014 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, voortvloeiend uit zijn betrokkenheid bij internationale handel in hennep en amfetamine. Veroordeelde was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijke overtredingen van de Opiumwet.
De rechtbank baseerde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op zes bewezenverklaarde henneptransporten naar Duitsland en 24 leveringen aan een derde, waarbij verkoop- en inkoopprijzen werden gehanteerd om het netto voordeel te schatten. De totale som werd vastgesteld op €14.640,81. De verdediging betwistte slechts de verdeelsleutel van het voordeel, maar niet de berekening zelf.
De rechtbank oordeelde dat veroordeelde hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag, aangezien geen concrete verdeling van de winst tussen medeveroordeelden kon worden vastgesteld. Er werd geen reden gezien voor matiging van het bedrag wegens draagkracht. De verplichting tot betaling aan de Staat werd opgelegd, met uitzondering van hetgeen reeds door medeveroordeelden is voldaan.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €14.640,81 aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.