ECLI:NL:RBOVE:2014:2747

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
15 mei 2014
Publicatiedatum
21 mei 2014
Zaaknummer
Awb 13/2529
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 7:2 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet-betalen op koopzondag in Zwolle

Verweerder legde op 1 september 2013 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiser omdat deze zonder geldig parkeerkaartje parkeerde aan de Potgietersingel te Zwolle, een gebied waar op koopzondagen betaald parkeren geldt. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde dat het voor hem niet duidelijk was dat het die zondag een koopzondag was, mede omdat dit niet duidelijk op de parkeerautomaat stond aangegeven. Verweerder verwees naar de vermelding van koopzondagen op borden bij toegangswegen en parkeerautomaten en publicaties in lokale media.

De rechtbank oordeelde dat eiser een minimale onderzoeksplicht had om te bepalen of het die zondag een koopzondag was, bijvoorbeeld door de gemeentelijke website te raadplegen of winkels te observeren. De enkele omstandigheid dat de parkeerautomaat niet de exacte data van koopzondagen vermeldde, ontsloeg eiser niet van deze plicht. Bovendien was het op de dag zelf pas vanaf 13.00 uur verplicht om te betalen, wat verklaart waarom eerder geparkeerde auto's geen kaartje hadden.

De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij aan zijn onderzoeksplicht had voldaan, ook al kon hij bij voorbijgangers en museummedewerkers geen duidelijkheid krijgen. De gemeente erkende dat de borden niet optimaal waren, maar verwees naar de aanwezige borden langs toegangswegen die verwezen naar koopzondagen. Ook was eiser geacht te weten dat in veel steden de eerste zondag van de maand een koopzondag is. De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en dat het beroep ongegrond verklaard moest worden.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht
Zittingsplaats Zwolle
Registratienummer: Awb 13/2529
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] , eiser,
en
het afdelingshoofd Inwonerszaken van de gemeente Zwolle,
verweerder.

1.Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft op 1 september 2013 een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser opgelegd. Het door eiser daartegen gemaakte bezwaar is bij uitspraak op bezwaar van verweerder van 24 september 2013 ongegrond verklaard. Eiser heeft op 2 november 2013 tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft hierop gereageerd bij brief van 21 maart 2014.
Het beroep is op 3 april 2014 ter zitting behandeld. Eiser is verschenen, vergezeld door zijn zoon mr. [zoon eiser] . Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door
[vertegenwoordiger verweerder] .
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.

2.De feiten

Op 1 september 2013 heeft eiser zijn auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de Potgietersingel te Zwolle. De Potgietersingel is in het Aanwijzingsbesluit parkeerbelastingen 2010, dat op 9 februari 2010 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle is vastgesteld en op 25 februari 2010 in werking is getreden, aangewezen als plaats waar tegen betaling geparkeerd mag worden. De parkeercontroleur van de gemeente Zwolle heeft geconstateerd dat in de auto op 1 september 2013 om 14.37 uur geen geldig parkeerkaartje zichtbaar aanwezig was. Eiser is een naheffingsaanslag (nummer 010913143704114) opgelegd. De naheffingsaanslag bedraagt € 2,60 parkeerbelasting en
€ 56,-- wegens kosten van de naheffingsaanslag.

3.Het geschil

In geschil is de vraag of verweerder de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan eiser heeft opgelegd.
Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting dient te worden vernietigd, nu het voor hem als inwoner van Leusden niet duidelijk is wanneer het in Zwolle koopzondag is. Bij de parkeerautomaat was niet aangegeven dat de betreffende zondag een koopzondag was. Verweerders argument dat bij de gemeente Zwolle de parkeertijden en tarieven hadden moeten worden opgevraagd is niet valide, alleen al omdat op zondagen de betreffende afdeling van de gemeente niet bereikbaar is. De gemeente Zwolle is aan het onderzoeken hoe het kan dat koopzondagen niet herkenbaar zijn voor bezoekers die om andere redenen dan winkelen naar de binnenstad komen. De gemeente erkent daarmee dat de borden langs de toegangswegen niet afdoende zijn. De data van de koopzondagen moeten op de parkeerautomaten worden vermeld, zodat een ieder ter plaatse kan vaststellen of hij op dat moment verplicht is om parkeerbelasting te voldoen.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan eiser is opgelegd. Op internet, in het huis-aan-huisblad en op grote gele borden bij alle toegangswegen naar het centrum stond vermeld dat 1 september 2013 een koopzondag betrof. Ook op borden bij de toegangswegen naar het centrum en op de parkeerautomaten staat vermeld dat op koopzondagen voor het parkeren betaald dient te worden. Eiser had aldus kunnen weten dat het koopzondag was. Eiser heeft nagelaten ter plaatse te onderzoeken of voor het parkeren betaald diende te worden.
Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

4.Beoordeling van het geschil

De verplichting om parkeerbelasting te betalen voor het op een bepaalde plaats en een bepaalde tijd parkeren van een voertuig dient kenbaar te zijn gemaakt op een zodanige wijze, dat over de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor dat parkeren redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan. Van een weggebruiker mag echter worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de geldende regels met betrekking tot verschuldigdheid van parkeerbelasting in het gebied waar hij wenst te parkeren.
Blijkens de door eiser overgelegde foto van de parkeerautomaat aan de Potgietersingel staat op de parkeerautomaat aangegeven dat op koopzondagen van 13.00 tot 17.00 uur parkeerbelasting is verschuldigd. Die vermelding brengt met zich mee dat een parkerende niet-inwoner een minimale onderzoeksplicht heeft in die zin dat hij zich oriënteert of de betreffende zondag een koopzondag is, ook indien het primaire doel niet het winkelen, maar museumbezoek is. Daarbij valt te denken aan het raadplegen van de gemeentelijke website, het constateren of winkels zijn geopend of het aanspreken van voorbijgangers. De daadwerkelijke invulling van de onderzoeksplicht is onder andere afhankelijk van het tijdstip van aankomst. De enkele omstandigheid dat op de parkeerautomaat niet staat vermeld welke zondagen zijn aangewezen als koopzondag, ontslaat eiser niet van die verplichting.
Eiser heeft in dit verband aangevoerd dat hij rond 12.00 uur op het parkeerterrein aan de Potgietersingel gearriveerd is en dat hij bij de aldaar geparkeerde auto’s heeft gekeken of een parkeerkaartje in de auto aanwezig was. Dat bleek niet het geval te zijn.
De rechtbank overweegt te dien aanzien dat blijkens de mededeling op de parkeerautomaat de plicht om parkeerbelasting te betalen op een koopzondag eerst om 13.00 uur aanvangt, hetgeen verklaart dat de rond het tijdstip van aankomst reeds aanwezige auto’s aan de Potgietersingel nog niet over een parkeerkaartje beschikten.
De omstandigheid dat enkele voorbijgangers hem niet konden vertellen of de betreffende zondag een koopzondag was en dat ook museum De Fundatie hem hierover geen duidelijkheid kon verschaffen, had eiser er naar het oordeel van de rechtbank toe moeten brengen nader onderzoek te verrichten. Daargelaten de omstandigheid dat eiser op voorhand van zijn vertrek de internetsite van de gemeente Zwolle had kunnen raadplegen, had eiser ook medewerkers van De Fundatie kunnen verzoeken dit te doen. Daar komt bij dat
1 september 2013 de eerste zondag van de maand was en dat van eiser mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van het gegeven dat in veel (grotere) steden de eerste zondag van de maand is aangewezen als koopzondag.
Dat de programmamanager Ontwikkeling Binnenstad van de gemeente Zwolle heeft aangegeven dat de aanwezige borden niet afdoende zijn en dat de gemeente nadere maatregelen gaat nemen teneinde de koopzondagen op een meer duidelijke wijze op de toegangswegen naar Zwolle kenbaar te maken, laat onverlet dat – zoals eiser zelf ook aangeeft – op de toegangswegen naar het centrum van Zwolle aan de rechter zijde borden zijn geplaatst waarop de (eerstvolgende) koopzondag staat aangegeven en dat alsdan een betaaldparkerenregime geldt. Aldus kon eiser er ook langs deze weg van op de hoogte zijn dat op 1 september 2013 sprake was van een koopzondag en dat dan ook voor het parkeren betaald diende te worden. Dat eiser de borden onvoldoende leesbaar vindt, is een omstandigheid die voor zijn rekening dient te blijven.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser met het door hem aangevoerde niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan zijn minimale onderzoeksplicht heeft voldaan.
Ten slotte overweegt de rechtbank dat, anders dan eiser stelt, van schending van de hoorplicht in de bezwaarfase geen sprake is. In artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is bepaald dat, in afwijking van artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, een belanghebbende op zijn verzoek wordt gehoord. Aan de hand van de overgelegde stukken in de bezwaarfase stelt de rechtbank vast dat eiser niet heeft verzocht om op zijn bezwaar te worden gehoord.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan eiser heeft opgelegd.

5.Proceskosten

De rechtbank acht geen termen aanwezig voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.

6.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van
H. Blekkenhorst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op