ECLI:NL:RBOVE:2014:236
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van witwassen en medeplichtigheid
De rechtbank Overijssel behandelde op 21 januari 2014 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het plegen van witwassen en medeplichtigheid daaraan in de periode van 2004 tot 2012 in Almelo en elders in Nederland. De tenlastelegging betrof onder meer het verrichten van contante stortingen op bankrekeningen en het verhullen van de herkomst van geldbedragen en goederen, zoals een woonhuis en een garagebox.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de primaire en subsidiaire tenlasteleggingen en een werkstraf van 80 uren voor het meer subsidiaire tenlastegelegde. De verdediging stelde dat de rol van verdachte kleiner was dan de tenlastelegging suggereerde en bepleitte een lagere straf bij bewezenverklaring.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte betrokken was bij het witwassen of medeplichtig was. Er was geen bewijs van nauwe en bewuste samenwerking met haar partner en onvoldoende aanwijzingen dat verdachte voldoende wetenschap had van de strafbare feiten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en samenwerking bij witwassen.