ECLI:NL:RBOVE:2014:2058
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens misbruik faillissementsrecht
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van een natuurlijke persoon tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Gedurende ruim een jaar diende de schuldenaar vier keer een onvolledig verzoek in, telkens ter afwering van faillissementsaanvragen van verschillende belanghebbenden. Drie van deze verzoeken werden kort voor of op de dag van de zitting ingetrokken.
De rechtbank overwoog dat artikel 3 en Pro 3a lid 2 van de Faillissementswet de schuldenaar de bevoegdheid geven een schuldsaneringsverzoek in te dienen, waarmee het faillissementsproces wordt geschorst. Deze regeling beoogt schulden te saneren in plaats van faillissement uit te spreken. Echter kan deze bevoegdheid worden misbruikt als deze niet wordt gebruikt voor het beoogde doel.
De rechtbank concludeerde dat de schuldenaar zijn bevoegdheid misbruikte om het faillissement te traineren of te blokkeren, wat strijdig is met het recht van de schuldeisers op een spoedige beslissing. Daarom wees de rechtbank het verzoek af wegens misbruik van faillissements(proces)recht.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Verhoeven op 16 april 2014 te Almelo. De schuldenaar heeft acht dagen om hoger beroep in te stellen bij het Gerechtshof, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens misbruik van faillissementsrecht.