ECLI:NL:RBOVE:2014:1771
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens schending inlichtingenplicht WW met matiging wegens zelfmelding werkzaamheden
Eiser ontving een WW-uitkering over de periode 18 juli 2012 tot en met 17 maart 2013, terwijl hij vanaf 20 augustus 2012 werkzaam was als internationaal chauffeur. Verweerder herzag de uitkering en stelde vast dat eiser €10.003,60 te veel had ontvangen. Daarnaast legde verweerder een boete van €5.010 op wegens schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 25 WW Pro.
Eiser voerde aan dat hij de inlichtingenplicht niet had geschonden en dat hij erop mocht vertrouwen dat de uitkering terecht werd uitbetaald. De rechtbank stelde vast dat eiser de werkzaamheden pas op 21 maart 2013 aan verweerder had gemeld, terwijl hij al vanaf 20 augustus 2012 werkte. De stellingen van eiser over eerdere meldingen werden niet aannemelijk gemaakt. Hierdoor was sprake van schending van de inlichtingenplicht en kon eiser geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat naast een objectief verwijt ook een subjectief verwijt bestond, aangezien eiser zich bewust was van de verplichting en de overtreding. De boete werd door verweerder met 50% gematigd vanwege de zelfmelding voordat de overtreding werd geconstateerd. Verdere matiging werd niet gerechtvaardigd geacht, ondanks aangevoerde omstandigheden zoals taalproblemen en verblijf in het buitenland. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard; boete van €5.010 met 50% matiging bevestigd wegens schending inlichtingenplicht WW.