Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1];
[eiseres 1];
[eiseres 2];
[eiseres 3];
[eiser 2](geboren [1938]);
[eiser 3](geboren [1966]);
[eiseres 4],
- een akte na comparitie van de gemeente, met één productie;
- een antwoordakte van de zijde van [eiser 1].
2.Heel kort samengevat gaat het in deze zaak om het volgende.
€ 96.750,00bedraagt. Dit bedrag is onderverdeeld in € 64.500,00 wegens directe schade en € 32.250,00 wegens indirecte schade.
16.Bij uitspraak van 23 oktober 2013 heeft de ABRvS het volgende overwogen.
Er is sprake van planologische nieuwvestiging en dus had de raad een afweging moeten maken of vanwege de geluidhinder op het perceel een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, waarbij hij aandacht had moeten besteden aan de cumulatie van lawaai.
Verdere beoordeling van het geschil.
kondenworden omdat ze onder het oude bestemmingsplan niet legaal aanwezig waren, dat niet anders maakt. Dat de gemeente deze – wellicht begrijpelijke maar blijkens de uitspraak van de ABRvS van 9 februari 2011 onjuiste – gedachte had, moet voor haar rekening en risico blijven. Als opsteller van het bestemmingsplan, is zij verantwoordelijk.
27.Naar civielrechtelijke normen dient dergelijke schade te worden vergoed.
28.De schade die [eiser 1] lijdt, dient dus te worden vergoed.
mogelijkheid, maar de rechtbank kan geen rechtsregel vinden op grond waarvan het in deze omstandigheden een
plichtis.
31.[eiser 1] stelt dat het terugbestemmen niet mogelijk is.
nietgeoordeeld dat het positief bestemmen van een woning op dit perceel geen goede ruimtelijke ordening is, maar slechts dat de gemeente dat onvoldoende heeft onderzocht. Het gaat daarbij met name om geluidshinder. De gemeente moet een nieuw besluit nemen en kan er daarbij voor kiezen om alsnog een akoestisch onderzoek te doen. Als daaruit blijkt dat een goede ruimtelijke ordening mogelijk is, kan ze de woning van [eiser 1] alsnog positief bestemmen.