ECLI:NL:RBOVE:2014:1520
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot omgangsregeling met kwetsbare minderjarige in pleeggezin
De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen met zijn minderjarige zoon, die in een pleeggezin opgroeit. De minderjarige is een kwetsbaar kind dat al veel heeft meegemaakt en waarbij de hechting aan de pleegouders op dit moment prioriteit heeft. De rechtbank hield rekening met het tempo en de ontwikkeling van het kind, en oordeelde dat het contact met de vader nog niet passend is.
De Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven het belang van het kennen van de biologische vader, maar benadrukten dat een veilige en voorspelbare omgeving voor de minderjarige nu voorop staat. De methode 'Een Taal Erbij' kan in de toekomst helpen bij het vertellen van het levensverhaal van het kind, maar is pas geschikt vanaf vier jaar.
De rechtbank stelde dat het contact met de moeder niet automatisch betekent dat omgang met de vader mogelijk is, vooral omdat de vader slechts kort in beeld is geweest. Het verzoek tot een begeleide omgangsregeling werd daarom afgewezen, met het advies dat de vader contact moet blijven zoeken met de voogdes en het tempo van het kind bepalend blijft voor toekomstig contact.
Uitkomst: Verzoek vader tot omgangsregeling met minderjarige in pleeggezin wordt afgewezen vanwege prioriteit hechting aan pleegouders.