ECLI:NL:RBOVE:2014:1469
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie verstekvonnis ontruiming woning wegens gewijzigde feiten
In deze zaak vordert de huurder schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis dat hem veroordeelt tot ontruiming van zijn woning. Het verstekvonnis was op 18 februari 2014 gewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De huurder stelt dat hij de huurpenningen over de maanden december 2013 tot en met februari 2014 heeft voldaan, waardoor ontruiming tot dakloosheid zou leiden.
De verhuurder erkent dat er momenteel geen huurachterstand meer is, maar wil desondanks ontruimen vanwege vermeend slecht huurdersgedrag, zoals het niet zelf bewonen van de woning en het onderverhuren daarvan. De voorzieningenrechter oordeelt dat de verhuurder misbruik maakt van haar bevoegdheid tot executie, omdat het verstekvonnis is gebaseerd op onjuiste gegevens over de huurachterstand.
De rechter stelt vast dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die een schorsing van de executie rechtvaardigen. De belangen van de huurder wegen zwaarder dan die van de verhuurder bij onmiddellijke ontruiming. Daarom wordt de executie geschorst tot de uitspraak in het verzet en wordt de verhuurder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De executie van het verstekvonnis tot ontruiming wordt geschorst tot uitspraak in verzet.