ECLI:NL:RBOVE:2014:1265
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Naleving betalingsverplichting voorschot winstaandeel vennootschap onder firma tijdens arbeidsongeschiktheid
In deze zaak staat centraal de vraag of de vennootschap onder firma (VOF) gehouden is tot doorbetaling van het maandelijks voorschot op het winstaandeel aan eisers, ondanks de arbeidsongeschiktheid van een van de vennoten. De VOF is opgericht door twee besloten vennootschappen die per 2004 als vennoten zijn toegetreden. De VOF-akte bevat bepalingen over arbeidsongeschiktheid en opzegging, waaronder een opzegtermijn van ten minste zes maanden tegen het einde van het boekjaar.
Eiser sub 2 meldde zich vanaf augustus 2013 arbeidsongeschikt en sindsdien zijn de betalingen van het voorschot door gedaagden gestaakt. Eisers vorderen betaling van het voorschot over januari en februari 2014 en voortzetting van de betalingen tot de VOF rechtsgeldig is beëindigd. Gedaagden stellen dat de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet de kosten van vervangende arbeid dekt en dat de liquiditeit van de VOF daardoor in gevaar komt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de VOF-akte als uitgangspunt geldt en dat de vennootschap gehouden is tot doorbetaling van het voorschot, onder aftrek van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Er is onvoldoende bewijs van een prangende financiële situatie die tot opschorting van betalingen zou rechtvaardigen. De gevorderde voorzieningen worden toegewezen, waarbij een dwangsom wordt afgewezen wegens voldoende executoriale titel. Het Scheepvaarthuis wordt veroordeeld tot betaling van het voorschot en de proceskosten.
Uitkomst: De vennootschap wordt veroordeeld tot doorbetaling van het voorschot op het winstaandeel conform de VOF-akte tot de rechtsgeldige ontbinding.