ECLI:NL:RBOVE:2013:CA1054
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beëindiging huurovereenkomst wegens slecht huurderschap en dringend eigen gebruik; toewijzing herstelvordering huurder
In deze zaak staat centraal of de huurovereenkomst moet eindigen wegens slecht huurderschap of dringend eigen gebruik door verhuurders, dan wel dat verhuurders de door de huurcommissie vastgestelde gebreken moeten herstellen.
De rechtbank stelt vast dat verhuurders onvoldoende feiten hebben aangevoerd om slecht huurderschap aan te tonen. De klachten over overlast, huurachterstanden en medewerking aan plaatsing van een tussenmeter zijn niet concreet of zijn inmiddels opgelost. Daarnaast zijn de gebreken aan het gehuurde, zoals lekkages, rotte kozijnen en gebrekkige verwarming, erkend en vallen zij onder het begrip gebrek volgens de wet.
Verhuurders hebben betoogd dat herstel te kostbaar is en dat zij dringend eigen gebruik maken van het pand voor renovatie, maar de rechtbank oordeelt dat de offerte voor herstel niet alleen gebreken betreft en onvoldoende inzicht biedt in de redelijkheid van de kosten. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een structurele wanverhouding tussen huuropbrengst en exploitatiekosten. Verhuurders hebben het pand gekocht met achterstallig onderhoud en moeten de gebreken herstellen.
De rechtbank wijst de beëindigingsvordering af en veroordeelt verhuurders binnen een gestelde termijn de gebreken te herstellen onder dwangsom. Tevens worden verhuurders in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beëindigingsvordering af en veroordeelt verhuurders tot herstel van de gebreken binnen een gestelde termijn onder dwangsom.