Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
het college van burgemeester en wethouders van Borne,
Overwegingen
alvorensaan te manen bij beschikking beslist omtrent de invordering.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser kreeg op 18 augustus 2011 een last onder dwangsom opgelegd om asbesthoudend sloopafval binnen een week te verwijderen. Na constateringen dat niet aan de last was voldaan, verbeurde eiser dwangsommen van € 11.000. Verweerder besloot tot invordering hiervan, maar matigde dit bedrag later tot € 6.000. Eiser voerde aan dat de dwangsommen niet geïnd mochten worden omdat de bevoegdheid tot invordering was verjaard en dat de omvang van de asbestvervuiling onduidelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid tot invordering inderdaad was verjaard omdat verweerder geen stuitingshandelingen had verricht binnen de wettelijke termijn van één jaar na verbeuren van de dwangsommen. De invorderingsbeschikking en verzoek tot betaling werden niet aangemerkt als stuitingshandelingen. Het bezwaar van eiser tegen het invorderingsbesluit was daarom gegrond.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het invorderingsbesluit van 16 augustus 2012 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Bruggen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het invorderingsbesluit wegens verjaring en herroept het besluit tot invordering van de dwangsommen.