Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
2.De feiten en de standpunten van partijen
3.De beoordeling
“Verder wil ik u er op attent maken dat u al geruime tijd op een onrechtmatige wijze gebruik maakt van het stuk grond dat tussen beide huizen is gelegen door met uw bestelauto naar de achterzijde van uw perceel te rijden. (…) Om dit probleem op te lossen wil ik u het volgende voorstellen; (…)Het recht om gebruik te maken van de strook grond is een persoonlijk recht en kan niet worden overgedragen aan derden”.Tevens is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] niet, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft betwist dat nadien een gesprek heeft plaatsgevonden tussen [J] en [D] (namens [gedaagde]) en dat toen tussen hen is afgesproken dat