ECLI:NL:RBOVE:2013:2671
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator tegen executie vonnis in faillissementszaak
In deze faillissementszaak is de curator veroordeeld tot betaling van een bedrag van €50.000 plus rente en proceskosten, in een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De gedaagde heeft het vonnis geëxecuteerd door beslaglegging en incasso van het bedrag van de boedelrekening.
De curator vordert in kort geding betaling van het geïncasseerde bedrag en een verbod op verdere executie, stellende dat sprake is van onrechtmatig handelen en misbruik van beslagrecht door de gedaagde. De gedaagde voert verweer dat de executie rechtsgeldig en procesrechtelijk correct is verlopen en dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de executie van het vonnis is voltooid en aan alle procesrechtelijke vereisten is voldaan. Tegen een voltooide executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis kan niet in kort geding worden opgekomen met een vordering die materieel strekt tot ongedaanmaking van die executie.
De curator kan zijn rechtsmiddelen richten op het hoger beroep tegen het geëxecuteerde vonnis. De gevraagde voorziening wordt daarom afgewezen en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator om de executie van het vonnis ongedaan te maken wordt afgewezen.