ECLI:NL:RBOVE:2013:2641
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Blankestijn
- Rechtspraak.nl
Verklaring voor recht dat eiseres zich geen gelden heeft toegeëigend vanuit administratieve werkzaamheden
In deze civiele zaak vorderden gedaagden een verklaring voor recht dat eiseres zich vanuit haar administratieve werkzaamheden voor de eenmanszaak/vof gelden had toegeëigend die haar niet toekwamen. De rechtbank nam het tussenvonnis van 16 januari 2013 en de daaropvolgende enquête in overweging.
Tijdens de enquête werden diverse partijgetuigen gehoord, waaronder eiseres, gedaagde, diens zoon, een belastingconsulent en een boekhouder. Gedaagde stelde dat eiseres geld had weggesluisd naar haar eigen rekening en dat zij geen gelden had voorgeschoten. Eiseres verklaarde dat zij bedragen had voorgeschoten voor de onderneming vanwege liquiditeitsproblemen en dat zij deze bedragen later terugontving. De belastingconsulent en boekhouder bevestigden dat er liquiditeitsproblemen waren, maar dat er geen aanwijzingen waren voor onrechtmatige toeeigening door eiseres.
De rechtbank oordeelde dat gedaagden niet waren geslaagd in hun bewijslevering. De verklaringen van eiseres werden niet weerlegd door voldoende bewijs van gedaagden. De financiële transacties waren controleerbaar en correct verantwoord in de boekhouding. Daarom werd de gevorderde verklaring voor recht aan eiseres toegekend, met de beperking zoals in het tussenvonnis was bepaald. Gedaagden werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van gedaagden af en verklaart voor recht dat eiseres zich geen gelden heeft toegeëigend die haar niet toekwamen.