Uitspraak
datum : 4 september 2013
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een verzoek van Circulus B.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer, onder de voorwaarde dat het dienstverband nog zou voortduren. De werknemer was op 14 juni 2013 op staande voet ontslagen wegens ernstig roekeloos rijgedrag. Aanvankelijk betwistte de werknemer de geldigheid van het ontslag, maar hij heeft later schriftelijk verklaard zich neer te leggen bij de beëindiging van het dienstverband per die datum.
De kantonrechter overwoog dat de werknemer door deze ondubbelzinnige instemming zonder enig voorbehoud zekerheid heeft geschapen over het einde van de arbeidsovereenkomst. Hierdoor is het verzoek tot ontbinding niet ontvankelijk, omdat er geen arbeidsovereenkomst meer bestaat die ontbonden kan worden.
De kantonrechter verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 1994 waarin is bepaald dat een werknemer die zich neerlegt bij een onregelmatig ontslag, niet zonder meer van dat standpunt kan terugkomen zonder een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de werknemer ondubbelzinnig heeft ingestemd met het einde van het dienstverband.