ECLI:NL:RBOVE:2013:2633
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking verkoop woningen tijdens echtscheidingsonderhandelingen
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben drie kinderen. Sinds april 2012 is hun relatie beëindigd en zij onderhandelen met behulp van een mediator over een ouderschapsplan, alimentatie en verdeling van de boedel. Tot de gemeenschap behoren twee naast elkaar gelegen woningen waar partijen momenteel afzonderlijk met kinderen wonen.
[eiseres] vordert in kort geding dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van beide woningen, omdat volgens haar [gedaagde] de verkoop traineert en zij belang heeft bij snelle verkoop om uit hoofdelijke aansprakelijkheid te komen. [gedaagde] voert verweer dat zij wel meewerkt en dat de onderhandelingen nog lopen, onder meer over vraagprijs en makelaarskosten, en dat de echtscheidingsprocedure nog niet is gestart.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering een vergaand karakter heeft en alleen kan worden toegewezen als met grote waarschijnlijkheid in een bodemprocedure hetzelfde zou worden beslist of bij een acute noodsituatie. Nu de echtscheidingsprocedure nog niet is gestart en er nog veel onduidelijkheid is over de verdeling van de boedel en andere aspecten, is de vordering prematuur. Ook is er geen financiële noodsituatie die snelle verkoop noodzakelijk maakt. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan verkoop van de woningen wordt afgewezen wegens prematuriteit en ontbreken van financiële noodsituatie.