ECLI:NL:RBOVE:2013:2192
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Stoové
- M.A.H. Heijink
- H. Bloebaum
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken afhankelijkheidsrelatie bij ontucht met minderjarige
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van ontucht met een minderjarige die aan zijn zorg was toevertrouwd. De tenlastelegging betrof seksuele handelingen met een toen 17-jarige aangeefster in de periode van oktober 2000 tot oktober 2001. De officier van justitie stelde dat sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en vroeg een voorwaardelijke gevangenisstraf.
De verdediging voerde aan dat de seksuele contacten vrijwillig waren en dat er geen sprake was van een zorgrelatie, maar van een gelijkwaardige vriendschapsband. De rechtbank onderzocht de aard van de relatie en concludeerde dat hoewel de aangeefster aanvankelijk als kind aan huis was en zorg verleende, vanaf het moment dat zij en de echtgenote van verdachte samen uitgingen en seksuele contacten ontstonden, sprake was van een gelijkwaardige vriendschappelijke relatie zonder afhankelijkheid of overwicht.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat de minderjarige aan de zorg of waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd tijdens de periode van de seksuele handelingen. Hierdoor ontbrak het wettelijk vereiste element voor strafbaarheid onder artikel 249 Sr Pro. De verdachte werd daarom vrijgesproken. De civiele schadevordering van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een zorg- of afhankelijkheidsrelatie met de minderjarige.