ECLI:NL:RBOVE:2013:2173

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
6 september 2013
Publicatiedatum
11 september 2013
Zaaknummer
C/08/142687 / KG ZA 13-300
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:267 BWWet tijdelijk huisverbod
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering vrouw tot uitsluitend gebruik huurwoning na huisverbod en relatieproblemen

Partijen, een man en een vrouw, woonden samen met hun minderjarige kinderen in een huurwoning. Na een incident op 11 augustus 2013 waarbij de vrouw aangifte deed van geweld, werd aan de man een huisverbod opgelegd dat later werd verlengd en vervolgens vernietigd door de voorzieningenrechter. De vrouw vorderde in kort geding dat de man de woning zou verlaten en haar het exclusieve gebruik zou worden toegekend.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de man alleen huurder is van de woning, aangezien de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt medehuurder te zijn of te worden. Een belangenafweging op grond van artikel 7:267 lid 7 BW Pro was daarom niet van toepassing. Ook een belangenafweging voor het uitsluitend gebruik op korte termijn leidde niet tot toewijzing, omdat onvoldoende aannemelijk was dat de vrouw een groter belang had dan de man.

Het feit dat er een aangifte van geweld was gedaan, werd onvoldoende onderbouwd gezien het sepot van het OM wegens gebrek aan bewijs en het vernietigde huisverbod. De vrouw kon tijdelijk elders verblijven bij familie. De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

Uitkomst: De vorderingen van de vrouw tot uitsluitend gebruik van de huurwoning en het vertrek van de man worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/08/142687 / KG ZA 13-300
datum vonnis: 6 september 2013 (ib)
Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
verder te noemen de vrouw,
advocaat: mr. M. Rijs te Enschede,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
verder te noemen de man,
advocaat: mr. J. Keupink te Hengelo.

1.Het procesverloop

1.1.
De vrouw heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.
1.2.
De zaak is behandeld ter terechtzitting van 30 augustus 2013. Ter zitting zijn verschenen: de vrouw vergezeld door mr. Rijs en de man vergezeld door mr. Keupink. De standpunten zijn toegelicht.
1.3.
Ter zitting heeft de voorzieningenrechter partijen meegedeeld dat hij geen kennis zal nemen van de producties die bij faxbericht van 29 augustus 2013 van de zijde van de man zijn ingebracht, aangezien deze te laat zijn ingediend, hetgeen in strijd is met de goede procesorde. De bij faxbericht van 30 augustus 2013 van de zijde van de man overgelegde uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 26 augustus 2013 (de uitspraak is mondeling ter zitting gedaan en de motivering is per fax verzonden op 30 augustus 2013, geregistreerd onder de nummers C/08/142770 / KG ZA 13-309 en C/08/142676 / FA RK 13-1615), zal de voorzieningenrechter wel bij zijn beoordeling betrekken, aangezien deze bij beide partijen bekend is, zij zich daarover hebben kunnen uitlaten en de motivering niet eerder kon worden ingebracht.
1.4.
Het vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten.
2.2.
Partijen wonen, met hun twee minderjarige kinderen, samen in een huurwoning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).
2.3.
Partijen hebben relationele problemen. Op 11 augustus 2013 heeft er zich een voorval voorgedaan, waarvan de vrouw aangifte heeft gedaan bij de politie. De vrouw is na de aangifte tijdelijk bij het gezin van haar neef ingetrokken.
2.4.
Bij besluit van 11 augustus 2013 is aan de man een huisverbod opgelegd als bedoeld in artikel 1 en Pro 2 van de Wet tijdelijk huisverbod. Dit verbod gold tot 21 augustus 2013,
21:30 uur. Bij besluit van 20 augustus 2013 is dit huisverbod met achttien dagen verlengd. Bij eerdergenoemde (mondelinge) uitspraak van deze rechtbank van 26 augustus 2013, heeft de voorzieningenrechter het beroep van de man tegen het besluit van 11 augustus 2013 ongegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van 20 augustus 2013 gegrond verklaard en het besluit van 20 augustus 2013 vernietigd, en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
2.5. Bij brief van 18 augustus 2013 heeft het Openbaar Ministerie (OM) de man meegedeeld dat de zaak, die ziet op het voorval van 11 augustus 2013, is geseponeerd, omdat er onvoldoende bewijs is om hem verder te vervolgen.

3.Het geschil

3.1.
De vrouw vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de man te veroordelen de woning met medeneming van zijn eigendommen te verlaten onder overhandiging van de sleutels aan de vrouw;
II. de man te verbieden het gehuurde opnieuw te betreden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per keer dat de man de woning betreedt, met een maximum van € 25.000,--;
III. de man te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
De vrouw heeft daartoe gesteld dat sprake is van een gewelddadige relatie. Zij wenst de woning in het vervolg zonder de man te huren en te bewonen. Vooralsnog komt het huurrecht van de woning aan partijen gezamenlijk toe. De vrouw heeft geen andere woonruimte nu zij niet langer bij haar neef en zijn gezin kan blijven. Tijdens het zogenoemde systeemgesprek met de hulpverlenende instanties heeft de man zich niet welwillend opgesteld. Onder verwijzing naar het door haar ingediende verzoekschrift tot wijziging van het gezag en vaststelling van de omgangsregeling stelt de vrouw dat haar belangen bij het uitsluitend gebruik van de woning groot zijn.
3.3.
De man heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vloeit de spoedeisendheid reeds voort uit de aard van het gevorderde.
4.2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet het er voorshands voor worden gehouden dat de man (alleen) huurder is van de woning. De man heeft immers ter zitting gemotiveerd gesteld dat de huurovereenkomst in februari 2007 alleen op zijn naam is voortgezet, omdat de vrouw de huur heeft opgezegd en in januari 2007 – tijdelijk – de woning heeft verlaten. Dat de vrouw in de veronderstelling leefde dat zij gezamenlijk het huurrecht van de woning hadden en dat de man haar regelmatig heeft gevraagd om een handtekening te zetten op stukken die zij niet mocht lezen, zodat zij stelt dat zij – zo begrijpt de voorzieningenrechter - mogelijkerwijs een handtekening heeft gezet voor een wijziging van de huurovereenkomst zonder dat zij daarvan op de hoogte was, is onvoldoende om aannemelijk te achten dat thans sprake is van medehuurderschap. Ter zitting is namens de vrouw verklaard dat zij niet kan aantonen dat zij medehuurder is. Dit betekent dat de vrouw in beginsel geen aanspraak kan maken op het gebruik van de woning.
4.3.
Pas indien in voldoende mate aannemelijk is dat de vrouw uitzicht heeft om het medehuurderschap te verwerven, kan analoge toepassing van de belangenafweging ex artikel 7:267, zevende lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) plaatsvinden. De vrouw heeft evenwel niet aannemelijk gemaakt dat de man in de gegeven omstandigheden zijn medewerking zal verlenen aan het medehuurderschap van de vrouw.
4.4.
Vorenstaande staat echter niet in de weg aan een belangenafweging met betrekking tot een uitsluitend gebruik van de woning voor de eerstkomende tijd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk geworden dat de vrouw voor de korte termijn een groter belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de woning dan de man. Dat sprake is van een feitelijke noodsituatie door geweld is niet, althans onvoldoende, aannemelijk geworden. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat er weliswaar één keer aangifte van geweld is gedaan door de vrouw, namelijk op 11 augustus 2013, doch dat het OM heeft besloten om deze zaak te seponeren wegens onvoldoende bewijs. Verder is het besluit inzake de verlenging van het huisverbod vernietigd door de voorzieningenrechter bij eerdergenoemde uitspraak van 26 augustus 2013. Mede redengevend was daarbij dat de vrouw het huis tijdens de duur van het opgelegde huisverbod niet gebruikte.
Voorts is niet aannemelijk geworden dat de vrouw - al dan niet met de kinderen - in afwachting van een andere woonruimte niet tijdelijk elders kan verblijven. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de vrouw met de kinderen de afgelopen periode, ook gedurende het huisverbod van de man, bij familie heeft verbleven. Dat dit geen ideale situatie is, staat buiten kijf, doch dit rechtvaardigt niet de conclusie dat van de man kan worden verlangd dat hij de door hem alleen gehuurde woning tijdelijk verlaat.
4.5.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van de vrouw moeten worden afgewezen.
4.6.
Gelet op het feit dat partijen ene relatie hebben gehad zal de voorzieningenrechter bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt.
De beslissing
De voorzieningenrechter:
I. Wijst de vorderingen af.
II. Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.