Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:
[verdachte],
wonende te [woonplaats]
Rechtbank Overijssel
De verdachte werd beschuldigd van het telen van ongeveer 652 hennepplanten, diefstal van elektriciteit en het vernielen van een elektriciteitsinstallatie in een pand te Deventer gedurende de periode van 1 juli 2011 tot 2 januari 2012. De rechtbank stelde vast dat de bewezenverklaring beperkt was tot de periode van half november 2011 tot 2 januari 2012, omdat onvoldoende bewijs bestond voor een eerdere periode.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid aan wegens vermeende onrechtmatige binnentreding, maar de rechtbank oordeelde dat er weliswaar sprake was van een vormverzuim, doch dit had geen nadelige gevolgen voor de belangen van de verdachte. De verdachte had bekend de kwekerij te hebben opgezet en de elektriciteitsmeter te hebben aangepast, waardoor gevaar voor brand en kortsluiting ontstond.
De rechtbank achtte de verdachte strafbaar en veroordeelde hem tot 120 uur werkstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar, en tot betaling van een schadevergoeding van €2.978,62 aan Enexis B.V. De vordering van Enexis voor overige kosten werd deels afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De verdachte werd vrijgesproken van medeplegen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur werkstraf, 2 weken voorwaardelijke gevangenisstraf en betaling van €2.978,62 schadevergoeding aan Enexis B.V.