ECLI:NL:RBOVE:2013:2082
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot staking executie en opheffing beslag na echtscheiding en verdeling huwelijksgemeenschap
Partijen zijn voormalige echtgenoten die na echtscheiding hun huwelijksgemeenschap hebben verdeeld. De rechtbank had de waarde van onroerende zaken in Thailand vastgesteld en deze aan de gedaagde toegewezen. De eiser diende een bedrag aan de gedaagde te betalen, waarvan een deel nog openstond na hoger beroep.
De gedaagde legde executoriaal beslag op het AOW-pensioen en onroerende zaken van de eiser om betaling van het resterende bedrag af te dwingen. De eiser vorderde in kort geding staking van deze executiehandelingen en opheffing van het beslag, stellende dat sprake was van misbruik van recht en dat het hof onjuiste aannames had gedaan over de waarde van een opstal.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gedaagde bevoegd was tot executie op grond van het arrest van het hof. Er was geen sprake van een juridische of feitelijke misslag die de executie zou verbieden, noch van nieuwe feiten die tot een noodtoestand bij de eiser zouden leiden. De vordering werd daarom afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot staking van executiehandelingen en opheffing van beslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van misbruik van recht of misslag.