Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[belanghebbende 1],
2.[belanghebbende 2],
[verzoekster], geboren op [1996] in de gemeente [geboorteplaats];
[betrokkene], geboren op [2000] in de gemeente [geboorteplaats], thans gemeente [geboorteplaats].
Rechtbank Overijssel
De minderjarige [verzoekster] heeft verzocht om het gezag over haar alleen aan haar vader toe te kennen, omdat zij thuis bij haar moeder niet goed werd behandeld en sinds december 2011 bij haar vader woont. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over haar en haar zusje, die bij de moeder verblijft.
De rechtbank heeft verschillende zittingen gehouden en kennisgenomen van rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Overijssel. Er is sprake van veel strijd en gebrek aan communicatie tussen de ouders. De moeder verzet zich tegen wijziging van het gezag en maakt zich zorgen over de opvoeding door de vader.
De rechtbank overweegt dat hoewel de minderjarige prijs stelt op eenhoofdig gezag voor de vader, het gezamenlijk gezag nog gehandhaafd blijft omdat er nog kansen zijn op verbetering van de situatie, mede door bemiddeling van de gezinsvoogd. Een wijziging van het gezag zou het contact tussen de minderjarige en haar moeder kunnen belemmeren.
De rechtbank handhaaft daarom de gezagsregeling zoals vastgesteld bij de echtscheidingsbeschikking van 10 maart 2011 en wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af. Er is geen aanleiding om ambtshalve een eenhoofdig gezag toe te kennen op grond van artikel 1:251a lid 4 BW.
Uitkomst: Het verzoek tot eenhoofdig gezag voor de vader wordt afgewezen en het gezamenlijk gezag wordt gehandhaafd.