ECLI:NL:RBOVE:2013:1835
Rechtbank Overijssel
- Raadkamer
- M.E. van Wees
- M.C. Bosch
- H. Bloebaum
- Rechtspraak.nl
Vermoeden gebrekkige ontwikkeling of stoornis geestvermogens verdachte
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin werd onderzocht of verdachte, die een poging moord ten laste werd gelegd, door een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet in staat was zijn belangen behoorlijk te behartigen.
Na een eerdere aanhouding van de zaak om te onderzoeken of verdachte zich wilde laten bijstaan door een advocaat, werd ambtshalve besloten een onderzoek te doen naar zijn geestelijke gesteldheid. Deskundigen van het Pieter Baan Centrum stelden vast dat verdachte leed aan een paranoïde psychotisch toestandsbeeld met symptomen passend bij schizofrenie, wat zijn functioneren duidelijk belemmerde.
Ondanks het besef van verdachte dat hij rechtskundige bijstand nodig had, weigerde hij samen te werken met drie advocaten, die zich daarom terugtrokken. Nadere deskundigenonderzoeken werden vanwege mogelijke risico’s voor verdachte niet uitgevoerd.
De rechtbank concludeerde dat op grond van het deskundigenadvies en het gedrag van verdachte het vermoeden bestaat dat hij door zijn psychische stoornis niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen. Dit leidde tot een ambtshalve beslissing conform artikel 509a Sv.
De beslissing werd genomen door een meervoudige raadkamer bestaande uit drie rechters en is gedateerd op 19 augustus 2013.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat vermoed wordt dat verdachte door een psychische stoornis niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen.