1. Kern van de geschillen tussen [eiser] en SVD is dat naar de visie van laatstgenoemde [eiser] niet meer adequaat als notaris functioneert en daardoor het vertrouwen in hem als compagnon volledig is verdwenen.
2. SVD hebben hun stelling van disfunctioneren van [eiser] gemotiveerd onderbouwd en zijn van oordeel dat [eiser], althans zijn vennootschap, moet uittreden als maat en de maatschap ontbonden moet worden. [eiser] herkent zich niet in die verwijten en weerspreekt gemotiveerd zijn disfunctioneren.
Met name betwist [eiser] in zijn schriftelijke reactie op productie 2 van de Memorie van Antwoord dat hij fouten in een aantal dossiers heeft gemaakt; hij komt tot de conclusie dat de meeste fouten helemaal geen fouten blijken te zijn en dat slechts in een enkel geval aan hem administratieve nalatigheid kan worden verweten. Op hun beurt weerspreken SVD in hun reactie op het verweer van [eiser] zijn argumenten.
3. Arbiters constateren dat SVD wensen dat [eiser] uittreedt uit de maatschap en constateren eveneens dat [eiser] zich op zijn beurt gedwongen voelt uit de maatschap te treden.
Arbiters zijn van oordeel dat thans de voorwaarden voor die uittreding bindend voor partijen moeten worden vastgesteld.
4. Ter vaststelling van die voorwaarden zijn naast de ongeschreven regels van redelijkheid en billijkheid de wettelijke regels en de bepalingen van het maatschapcontract het referentiekader.
5. Arbiters constateren dat het maatschapcontract is aangegaan door de besloten vennootschappen van de vier notarissen, Op grond daarvan kan geen sprake zijn van persoonlijke aansprakelijkheid, laat staan hoofdelijkheid van de vier notarissen.
6. Voorts constateren Arbiters dat de raadsman van SVD ter zitting heeft meegedeeld zijn voorbehoud om op de schadeberekening (punt 51 van de Memorie van Antwoord) nog terug te komen, in te trekken.
7. Partijen hebben Arbiters ter zitting verzocht in alle tussen hen bestaande geschillen te beslissen en met name de betrokken partij de verplichting op te leggen alle mogelijke medewerking te verlenen aan "overdracht" van het protocol van de standplaats van [eiser].
8. De raadsman van [eiser] heeft ter zitting meegedeeld de laatste drie regels van de tweede alinea van punt 57 van de Memorie van Eis in te trekken.
9. [eiser] heeft ter zitting verklaard in te stemmen met de waarden van de aan partijen gezamenlijk behorende registergoederen zoals die door RSP makelaars is opgesteld.
10. De maatschapovereenkomst rept met geen woord bij ontbinding over uitkering van goodwill, zodat deze kennelijk niet is overeengekomen. Juist door de deskundigheid van notarissen op dit terrein mag aangenomen worden dat deze regeling bewust niet is opgenomen.
Arbiters zijn dan ook van oordeel dat geen rechtsgrond bestaat tot toekenning van goodwill.
11. Enerzijds is de manier waarop SVD in het conflict met [eiser] zijn omgegaan en de wijze waarop zij gedurende de escalatie van de problemen [eiser] hebben behandeld en hem niet de mogelijkheid hebben gegeven te reïntegreren, niet getuigt van empathie, maar ook niet van een zakelijke en professionele aanpak, anderzijds achten Arbiters de informatie die [eiser] over zijn ziekte heeft verstrekt onvoldoende en heeft [eiser] te weinig rekening gehouden met de belangen van SVD. De gehele gang van zaken in aanmerking genomen achten Arbiters geen gronden aanwezig om schadevergoeding toe te wijzen.
Echter, [eiser] heeft gedurende vele jaren zijn beste krachten aan het kantoor gegeven en door zijn uittreden uit de maatschap geeft hij de overblijvende maten gelegenheid de maatschap met betere kansen voort te zetten.
De Arbiters, tevens rekening houdend met de financiële belangen van SVD als voortzetters van de maatschap, achten op grond van het maatschapcontract én de ongeschreven regels van redelijkheid en billijkheid een compensatie te betalen door SVD aan [eiser] van € 100.000,-- (zegge: één honderd duizend euro) passend.
12. Naar aanleiding van het overleg met de maatschapaccountant mevrouw [betrokkene] RA en het commentaar van beide raadslieden op haar brief van 14 februari 2012 zijn Arbiters van oordeel, mede gelet op de kosten, dat de maatschap in financiële zin ontbonden moet worden per 31 december 2011. De uitgangspunten voor het opstellen van de liquidatiebalans dienen naar het oordeel van de Arbiters te geschieden overeenkomstig hetgeen daaromtrent is opgenomen in de gemelde brief van de maatschapaccountant, waarvan een kopie aan dit vonnis is gehecht en overigens met inachtneming van het volgende:
Ten aanzien van punt 1 van gemelde brief dient uitdrukkelijk rekening te worden gehouden met de door de heer [betrokkene 2] opgebouwde hoeveelheid vakantiedagen.
Met betrekking tot de voorziening op debiteuren en vorderingen (punt 4 van gemelde brief) dienen partijen uiterlijk per 1 september 2012 te verrekenen hetgeen meer of minder is binnengekomen dan de daarvoor getroffen voorziening.
Punt 5 van gemelde brief dient aldus gelezen te werden dat de maatstaf voor het onderhanden werk zich uitstrekt tot een periode van zeven weken, waarbij ook de vastgoedpraktijk in aanmerking moet worden genomen. Arbiters voegen zich daarmee naar de gemeenschappelijke overweging van partijen dat de urenadministratie dermate onvolledig is dat daarmee geen zuiver beeld kan worden verkregen en bovendien de vaststelling te arbeidsintensief is.