ECLI:NL:RBONE:2013:BZ6812
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending concurrentie- en relatiebeding door bedrijfsarts met matiging boete
De bedrijfsarts [gedaagde partij] werkte na beëindiging van een contract tussen Maetis en Stichting Zuidwester toch voor Zuidwester, ondanks een concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding in zijn opdrachtsovereenkomst met Maetis. Maetis vorderde betaling van een vergoeding voor de gewerkte uren en een hoge boete wegens schending van het beding.
De kantonrechter stelde vast dat er geen overeenkomst bestond tussen Maetis en de bedrijfsarts over de vergoeding, waardoor de primaire vordering werd afgewezen. Wel oordeelde de rechter dat Zuidwester als relatie van Maetis moest worden beschouwd, zodat het beding van toepassing was. De toestemming die Maetis gaf om vanaf 1 januari 2011 voor Zuidwester te werken was voorwaardelijk en verviel door het ontbreken van een definitieve regeling.
De bedrijfsarts voerde aan dat het beding vernietigbaar was wegens druk en misbruik van omstandigheden, maar dit werd niet bewezen. De kantonrechter vond dat de boete van € 645.000 buitensporig was gezien de korte duur en beperkte uren en matigde deze tot € 12.500. De bedrijfsarts werd veroordeeld tot betaling van deze boete en proceskosten.
Uitkomst: Bedrijfsarts wordt veroordeeld tot betaling van een gematigde boete van € 12.500 wegens schending van het concurrentie- en relatiebeding.