ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2358
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Meijer
- M.A. Wijnands-Veninga
- G.E.A. Neppelenbroek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in merkvervalste goederen en verboden wapenbezit
De rechtbank Oost-Nederland heeft op 11 februari 2013 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd vervolgd voor handel in merkvervalste goederen en verboden wapenbezit. Het onderzoek startte op 23 december 2011 na een politieactie bij een boxenverhuurbedrijf in Deventer, waar verdachte een opslagbox als winkel had ingericht met grote hoeveelheden namaakgoederen. Verdachte heeft bekend via Marktplaats merkvervalste goederen te hebben verhandeld en aanzienlijke bedragen te hebben geïnvesteerd.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was en dat het professioneel handelen wettig en overtuigend bewezen was. Verdachte werd vrijgesproken van het bezit van een aanstekerpistool, omdat dit niet als verboden wapen op de lijst stond. Wel werd bewezen dat verdachte verboden wapens en professioneel vuurwerk in bezit had, waaronder een patroonhouder van een Uzi, waarvan verdachte niet kon aantonen dat hij gerechtigd was deze te bezitten.
De rechtbank legde een taakstraf van 120 uur op, te voltooien binnen een jaar, en een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast werd een geldboete van €6.000,- opgelegd, subsidiair 65 dagen hechtenis. De straf weerspiegelt de ernst van het feit dat verdachte langdurig de economie en merkhouders heeft geschaad door bedrijfsmatige handel in namaakproducten en het bezit van verboden wapens.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 120 uur taakstraf en 6 maanden gevangenisstraf waarvan 9 maanden voorwaardelijk voor handel in merkvervalste goederen en verboden wapenbezit.