ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1926
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- D.T. Boks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid in strafzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Van Groeningen, rechter in zijn strafzaak, wegens vermeende vooringenomenheid. Dit volgde op eerdere beslissingen van mr. Van Groeningen in dezelfde zaak, waaronder de afwijzing van een wijziging van de tenlastelegging en een ongegrondverklaring van een bezwaarschrift tegen de dagvaarding.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend, direct na de aanvang van de inhoudelijke behandeling. De klachten richtten zich op juridische inhoudelijke beslissingen omtrent de uitleg van artikel 68 Sr Pro, welke niet via wraking maar via rechtsmiddelen kunnen worden aangevochten.
De rechtbank stelde vast dat er geen concrete feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden. De eerdere beslissingen van mr. Van Groeningen betroffen juridische beoordelingen en de rechtbank concludeerde dat het vermoeden van onpartijdigheid niet was doorbroken.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van Groeningen wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.