ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1099
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.W. Huijgen
- F.M.Th. Quaadvliet
- G.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering en bewijsopdracht privé-eigendom schip in faillissement
In deze zaak vordert eiser opname van een loonvordering en een vordering betreffende een schip op de lijsten van erkende preferente en concurrente vorderingen in het faillissement van betrokkene. Eiser stelt dat hij een arbeidsovereenkomst had met het failliete bedrijf en dat hij het schip privé heeft gebouwd en verkocht aan het failliete bedrijf.
De curator betwist zowel het bestaan van het dienstverband als de eigendom van het schip. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van een dienstverband, mede gelet op het ontbreken van salarisbetalingen, afdrachten en registratie als werknemer. Hierdoor wordt de loonvordering afgewezen.
Ten aanzien van de vordering over het schip constateert de rechtbank tegenstrijdige stukken over de eigendom en wijst erop dat eiser de bewijslast draagt om aan te tonen dat hij het schip uit eigen privé-middelen heeft gefinancierd. De rechtbank draagt eiser op bewijs te leveren door middel van documenten en getuigen en houdt verdere beslissing aan tot na bewijslevering.
Uitkomst: Loonvordering afgewezen en bewijsopdracht opgelegd voor privé-eigendom schip, verdere beslissing aangehouden.