ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0922
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Betaling loon tijdens derde ziektejaar na loonsanctie UWV
In deze arbeidsrechtelijke kortgedingprocedure vordert de werknemer betaling van loon over het derde ziektejaar nadat het UWV aan de werkgever een loonsanctie heeft opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De werknemer stelt dat de werkgever het volledige loon moet doorbetalen zoals in het tweede ziektejaar, terwijl de werkgever zich beroept op wettelijke bepalingen die een doorbetaling van 70% voorschrijven. De rechtbank stelt vast dat de arbeidsovereenkomst en CAO geen afwijkende bepalingen bevatten die een hogere doorbetaling verplichten.
Op grond van artikel 7:629 BW Pro en artikel 25 lid 9 WIA Pro is de werkgever verplicht het loon door te betalen gedurende de verlenging van het loontijdvak, maar deze verplichting betreft slechts 70% van het loon. De rechtbank oordeelt dat de werkgever niet gehouden is meer te betalen dan dit wettelijke minimum.
De rechtbank wijst de vordering van de werknemer voor het meerdere af, erkent de reeds gedane betalingen door de werkgever en beperkt de wettelijke verhoging tot een bedrag van € 250. De vordering tot wettelijke rente wordt toegewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Werkgever moet 70% van het loon doorbetalen gedurende het derde ziektejaar tot einde loonsanctie UWV.