ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0846
Rechtbank Oost-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing onderzoek rijgeschiktheid ondanks vondst drugs in auto
Verzoeker werd op 7 juli 2012 aangehouden waarbij in zijn auto diverse drugs werden aangetroffen, waarvan hij verklaarde dat deze voor eigen gebruik waren. Het CBR legde op 6 december 2012 een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het CBR terecht een onderzoek heeft opgelegd op grond van de aanwezigheid van gebruikershoeveelheden drugs en de verklaring van verzoeker. De stelling dat verzoeker een bekende gebruiker is van drugs is onvoldoende onderbouwd omdat geen concrete antecedenten zijn overgelegd. De schorsing van het rijbewijs vanwege een geestelijke of lichamelijke aandoening is niet gerechtvaardigd omdat onvoldoende is aangetoond dat verzoeker aan een dergelijke aandoening lijdt.
De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van het onderzoek af, maar schorst het besluit voor zover het de geldigheid van het rijbewijs betreft. Verweerster wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van het onderzoek wordt afgewezen, maar het besluit tot schorsing van het rijbewijs wordt geschorst wegens onvoldoende onderbouwing.