ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0284
Rechtbank Oost-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling en waardering vennootschap onder firma bij echtscheiding zonder overeenstemming peildatum
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en vennoot in een vennootschap onder firma (VOF). Na het indienen van het verzoek tot echtscheiding trachten zij de vennootschap af te wikkelen en te verdelen. Een belangrijk geschilpunt is de waardering van de vennootschap, waarbij partijen het niet eens zijn over de peildatum en waarderingsmethode.
De vennootschapsovereenkomst voorziet in arbitrage, maar partijen wensen niet dat een arbiter over de peildatum beslist. De rechtbank oordeelt dat een kort geding niet geschikt is voor het benoemen van een deskundige waarderingsdeskundige zonder overeenstemming over peildatum en methode. Ook is onvoldoende duidelijkheid over de beëindiging van de vennootschap.
Verder vordert eiser een verbod voor gedaagde om zonder toestemming geld op te nemen uit de vennootschap. De rechtbank stelt dat gedaagde als vennoot recht heeft op opnames, maar deze moeten redelijk zijn en rekening houden met de liquiditeitspositie. Daarom wordt een limiet van €4.000 per maand zonder toestemming vastgesteld.
Andere vorderingen, zoals een verbod op toegang tot de winkel en gedragingen die de vennootschap kunnen schaden, worden afgewezen wegens onvoldoende concrete aanwijzingen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de benoeming van een deskundige af en stelt een limiet van €4.000 per maand aan geldopnames door gedaagde zonder toestemming.