ECLI:NL:RBONE:2013:BY9776
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens gegronde vrees voor rechterlijke partijdigheid
In deze zaak diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de politierechter die haar strafzaak behandelde. De aanleiding was een tussenbeslissing waarin de rechter het ten laste gelegde feit bewezen verklaarde en de zaak aanhield voor een reclasseringsrapportage, met de mededeling dat de vervolgzitting slechts diende ter bespreking van de strafeis.
Verzoekster stelde dat hierdoor een gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid was ontstaan, omdat de rechter geen ruimte meer zou bieden voor herbezinning over de bewezenverklaring of strafbaarheid. De rechter verweerde zich met verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 2008, waarin werd geoordeeld dat een eerdere bewezenverklaring niet automatisch leidt tot vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde echter dat de toevoeging dat de vervolgzitting uitsluitend over de strafeis zou gaan, de bewezenverklaring een definitief karakter gaf en daarmee de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid wekte. Dit vormde een uitzonderlijke omstandigheid die het wrakingsverzoek rechtvaardigde.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en werd de rechter uit de zaak gewraakt. Tegen deze beschikking stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is toegewezen wegens gegronde vrees voor rechterlijke partijdigheid.