ECLI:NL:RBONE:2013:BY9599
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffen beslag wegens niet-aanvaarde wilsverklaring over boedelverdeling
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn gescheiden. De rechtbank had de echtelijke woning aan de man toegewezen en hem veroordeeld tot betaling wegens overbedeling. De vrouw legde daarop executoriaal beslag op gelden en een WIA-uitkering van de man.
De vrouw stelde bij notariële akte een wilsverklaring op waarin zij een voorstel deed tot verdeling van de boedel, inclusief omzetting van de vordering in een schuld met rente. De man betwistte dat hij dit aanbod had aanvaard en vorderde opheffing van het beslag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de akte slechts een eenzijdig aanbod van de vrouw betrof, niet een meerzijdige rechtshandeling. Omdat de man het aanbod niet heeft aanvaard, is het aanbod vervallen en blijft de vordering opeisbaar. Het beslag is daarom rechtmatig gelegd en moet blijven bestaan. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen omdat het aanbod in de notariële akte niet door de man is aanvaard.