ECLI:NL:RBONE:2013:BY8398
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling resterende termijnen en verrekening batig saldo in effectenleaseovereenkomsten
In deze zaak vordert Dexia betaling van resterende termijnen en kosten voortvloeiend uit vier effectenleaseovereenkomsten met gedaagde. Gedaagde stelt dat er sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last en dat bepaalde kosten, zoals lijfrentepremies en reiskosten, in de berekening van het netto-inkomen meegewogen moeten worden. De kantonrechter volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en het hofmodel voor de beoordeling van de financiële last.
De rechter stelt vast dat gedaagde zich tijdig heeft onttrokken aan de Duisenbergregeling en dat de overeenkomsten als één samenhangend geheel moeten worden beoordeeld. Het batig saldo van de eerste drie overeenkomsten wordt verrekend met de restschulden van de laatste vier. De berekeningen tonen dat het batig saldo hoger is dan de restschulden, waardoor de vordering van Dexia op gedaagde toewijsbaar is.
Verder oordeelt de rechter dat Dexia recht heeft op de resterende termijnbedragen na tussentijdige beëindiging, omdat de betalingsverplichting voortvloeit uit de overeenkomst en niet vervalt door voortijdige beëindiging. De gevorderde buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente worden eveneens toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 12.269,11 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 12.269,11 plus wettelijke rente en proceskosten aan Dexia.