ECLI:NL:RBONE:2013:BY8037
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Voorovereenkomst oproepkracht onvoldoende voor weerlegging rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen eiser en RJ Evenementenbeveiliging over de rechtsverhouding na het sluiten van een voorovereenkomst oproepkracht, die als nulurenovereenkomst fungeerde. Eiser had eerder een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met RJ Security, die niet werd verlengd. Op 1 juli 2011 tekende eiser een voorovereenkomst oproepkracht met RJ Evenementenbeveiliging, waarin hij niet verplicht was om oproepen te accepteren.
Eiser stelt dat hij feitelijk als werknemer bleef werken en dat het niet oproepen door RJ Evenementenbeveiliging neerkomt op een onrechtmatig ontslag op staande voet, waarvoor hij loonvordering instelt. RJ Evenementenbeveiliging betwist het bestaan van een arbeidsovereenkomst na 1 juli 2011 en stelt dat eiser zich niet beschikbaar hield voor werk.
De rechtbank overweegt dat hoewel de voorovereenkomst oproepkracht formeel geen arbeidsovereenkomst is, dit niet voldoende is om het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW te weerleggen. Er is sprake van een gezagsverhouding en feitelijke arbeidsrelatie. RJ Evenementenbeveiliging krijgt daarom de gelegenheid om tegenbewijs te leveren.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepaalt dat indien vaststaat dat er een arbeidsovereenkomst bestond, eiser recht heeft op loon tot het einde van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst. De procedure wordt voortgezet met bewijslevering over de feitelijke arbeidsrelatie.
Uitkomst: Rechtbank houdt verdere beslissing aan en staat RJ Evenementenbeveiliging toe tegenbewijs te leveren over het bestaan van een arbeidsovereenkomst na 1 juli 2011.