ECLI:NL:RBONE:2013:BY7787
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- G.H.W. Bodt
- J.M.W. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afdrachtvermindering onderwijs voor BBL-opleiding wegens onvoldoende bewijs praktijkdeel
Eiseres, een uitzendbureau, claimde een afdrachtvermindering onderwijs voor negen werknemers die waren ingeschreven voor een BBL-opleiding assistent voedingsindustrie NT2 niveau 1. Verweerder stelde na een boekenonderzoek dat de opleiding hoofdzakelijk bestond uit Nederlands als tweede taal en dat het praktijkdeel ontbrak, waardoor geen recht op de afdrachtvermindering bestond.
De rechtbank stelde vast dat eiseres wel kon aantonen dat de werknemers waren ingeschreven en lessen Nederlands volgden, maar dat er geen bewijs was dat het praktijkdeel, dat door de werkgever [G] B.V. zou moeten worden verzorgd, daadwerkelijk was gevolgd. Ook ter zitting kon dit niet worden aangetoond.
Gezien het ontbreken van bewijs dat de werknemers de beroepspraktijkvorming hadden gevolgd, concludeerde de rechtbank dat eiseres niet aan haar bewijslast had voldaan. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij ook de verzuimboete en heffingsrente gehandhaafd bleven. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat niet aannemelijk is gemaakt dat het praktijkdeel van de BBL-opleiding is gevolgd.