Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Het bewijs.
De bewijsoverwegingen.
“Ik heb mijn vrouw gedood (…) Ik heb mijn vrouw gedood”.Op de vraag van de medewerkster van de meldkamer om te zeggen wat er precies gebeurd is, antwoordde hij : “
Ik heb mijn vrouw net gedood. Zij is gaan dementeren en ik kon niet meer, ik kon niet meer. Zij is dement, zij was dement”.Op de vraag van de medewerkster of ze wakker is, antwoordde hij:
“Nee ze is al dood, ik heb haar gestoken (…) Verschillende keren gestoken”.
ik heb het gewoon gedaan”.Uit het pathologisch onderzoek bleek dat het slachtoffer was overleden als gevolg van acht steekletsels in haar romp. Ook werden er verschillende snijletsels op beide handen geconstateerd, die qua locatie en aspect goed passen bij afweerletsel.
Ik heb haar verschillende keren gestoken”) aan heeft verbonden. Zijn verklaring dat hij pas voor het eerst in de gang bloed zag is daarmee immers onverenigbaar. Het gesprek met de meldkamer, waarin verdachte zegt zijn vrouw verschillende keren te hebben gestoken, geeft dus geen blijk van een eigen interpretatie achteraf, maar van een herinnering aan het delict. De uitlating van verdachte dat hij niet meer kon duidt op een motief daarvoor.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Toepasselijke wetsartikel.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.