Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het aanvullend verzoekschrift (met bijlagen) van de vrouw;
- het verweerschrift (met bijlagen) van de man, tevens houdende een zelfstandig verzoek;
- de correspondentie, met name:
- een F9-formulier met producties 9 t/m 17 van mr. Kehrens van 9 december 2025.
- een bericht van mr. Lauwen van 19 december 2025;
- een bericht van mr. Kehrens van 22 december 2025;
- een F9-formulier van mr. Lauwen van 24 december 2025;
- een F9-formulier van mr. Kehrens van 24 december 2025.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Vakantieregeling
al dan niethogere lasten in het buitenland en dat hieruit dus volgt dat de toelage ook wordt verstrekt als de kosten niet hoger zijn. Uit het gegeven dat een buitenlandtoelage is ontvangen kan dus niet zonder meer worden geconcludeerd dat er daadwerkelijk hogere kosten zijn op Aruba dan in Nederland. Volgens de vrouw heeft de man geenszins aangetoond dat partijen
extrakosten op Aruba zijn bovenop de gebruikelijke kosten als partijen in Nederland woonachtig zouden zijn. De rechtbank overweegt daartoe dat de man weliswaar een overzicht heeft gemaakt van de totale kosten voor levensonderhoud en verzekeringen, maar dit zijn naar het oordeel van de rechtbank gebruikelijke kosten die partijen in Nederland ook zouden hebben. De vrouw stelt naar het oordeel van de rechtbank terecht dat het niet zo kan zijn dat de volledige door de man genoemde kosten van € 26.264,11 in mindering zouden moeten strekken op de buitenlandtoelage, maar enkel de extra kosten ten opzichte van de kosten in Nederland. Die extra kosten ten opzichte van een verblijf in Nederland heeft de man, zoals gezegd, echter niet aannemelijk gemaakt. De man heeft naar het oordeel van de rechtbank namelijk niet onderbouwd dat de kosten voor levensonderhoud op Aruba hoger zijn dan de kosten in Nederland en dat er dus sprake is van “extra kosten”. De enkele verwijzing naar een krantenartikel over de inflatie op Aruba en de kosten van boodschappen is daartoe onvoldoende.
kindertoelage. De rechtbank acht dit vergelijkbaar met het in Nederland gewone kindgebonden budget, hetgeen in de berekening van de behoefte gewoonlijk wordt meegenomen. Waaraan de toelage is besteed, is in dat kader niet relevant. De rechtbank zal de kindertoelage daarom meenemen in de berekening als inkomen van de man onder post 119a.
5.De beslissing
- zomervakantie: in de oneven jaren heeft de vrouw de eerste drie weken en de man de laatste drie weken van de vakantie. In de even jaren heeft de man de eerste drie weken en de vrouw de laatste drie weken van de vakantie;
- kerstvakantie: van tweede kerstdag tot nieuwjaarsdag 12.00 uur bij vader;
- meivakantie: de oneven jaren heeft de vrouw de eerste week en in de even jaren heeft de man de eerste week;
- herfstvakantie: in de even jaren bij de vrouw, oneven jaren bij de man;
- voorjaarsvakantie: even jaren bij de man, oneven jaren bij de vrouw;