ECLI:NL:RBOBR:2026:931
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgerechtigdheid bij WOZ-waarde woning
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Land van Cuijk voor het kalenderjaar 2024. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op € 348.000 en de bezwaaruitspraak handhaafde deze waarde.
Eiseres, vertegenwoordigd door mr. R.W.B. van Middelaar, stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar. De rechtbank stelde vast dat eiseres niet tot de kring van beroepsgerechtigden behoorde en evenmin was gemachtigd door de belanghebbende aan wie de beschikking was gericht om het beroep namens hem te voeren.
De rechtbank verzocht om een toereikende machtiging, maar de overgelegde machtiging voldeed niet en was bovendien te laat ingediend. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat eiseres gerechtigd was het beroep in te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het beroep niet inhoudelijk werd beoordeeld. Eiseres kreeg geen terugbetaling van griffierecht en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgerechtigdheid of geldige machtiging.