ECLI:NL:RBOBR:2026:930
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde zorgcomplex ongegrond verklaard
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een zorgcomplex aan een adres in Land van Cuijk voor het jaar 2024. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €381.000, welke in bezwaar werd gehandhaafd. Eiseres stelde in bezwaar de objectafbakening ter discussie, maar trok dit in beroep terug en voerde alleen aan dat de waarde te hoog was, zonder nadere onderbouwing.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar voldoende bewijs had geleverd met een taxatieverslag en grondstaffel, terwijl eiseres geen concrete argumenten aanvoerde om de waarde te betwisten. De objectafbakening was in bezwaar besproken en niet meer in geschil in beroep. De rechtbank oordeelde dat de objectafbakening juist was en dat het beroep kennelijk ongegrond was.
De rechtbank wees het beroep af zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro, en liet eiseres weten dat zij geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak werd gedaan door rechter A.F. Vink op 12 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het zorgcomplex wordt ongegrond verklaard.