Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:923

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
11931196 \ EJ VERZ 25-580
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:183 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot goedkeuring verdeling nalatenschap na reeds verrichte verdeling

De zaak betreft een verzoek van een bewindvoerder tot goedkeuring van de verdeling van de nalatenschap van een overleden erflaatster. De erflaatster was ongehuwd en had een zoon en een dochter; de zoon was voor haar overleden en liet drie kinderen na, waaronder de betrokkene.

Volgens het testament van de erflaatster uit 2021 zijn de erfgenamen haar dochter, de voormalige echtgenote van haar zoon en de kinderen van haar zoon. De nalatenschap is door vier erfgenamen beneficiair aanvaard.

De kantonrechter stelt vast dat de nalatenschap al is verdeeld en dat de notaris op 14 oktober 2025 alle erfgenamen heeft uitbetaald, waarmee de nalatenschap volledig is afgewikkeld. Op grond van artikel 3:183 BW Pro kan de kantonrechter geen toestemming of machtiging achteraf verlenen voor een reeds verrichte verdeling.

Omdat verzoeker geen mondelinge behandeling heeft gevraagd en de verdeling al heeft plaatsgevonden, wijst de kantonrechter het verzoek af.

Uitkomst: Verzoek tot goedkeuring van de verdeling van de nalatenschap wordt afgewezen omdat de nalatenschap reeds is verdeeld.

Uitspraak

RECHTBANKOOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer / rekestnummer: 11931196 \ EJ VERZ 25-580
Beschikking van 20 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: verzoeker,
procederend in persoon,
in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van
[rechthebbende],
geboren te Geldrop op [geboortedatum] 1976,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
in de nalatenschap van:
[erflaatster],
geboren te Geldrop op [geboortedatum] 1927,
overleden te Geldrop-Mierlo op [datum overlijden] 2024 ,
laatst gewoond hebbende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: erflaatster.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift
  • aanvullende stukken van verzoeker van 24 november 2025
  • aanvullende stukken van verzoeker van 5 december 2025
  • aanvullende stukken van verzoeker van 8 december 2025
  • aanvullende stukken van verzoeker van 7 januari 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Erflaatster was ten tijde van haar overlijden niet gehuwd en niet als partner geregistreerd in de zin van het geregistreerd partnerschap. Zij heeft een zoon en een dochter. De zoon van erflaatster is voor erflaatster overleden. Hij heeft drie kinderen, waaronder betrokkene.
2.2.
Erflaatster heeft bij (laatste) testament van 14 oktober 2021 over zijn nalatenschap beschikt. Volgens haar testament heeft zij haar dochter (voor 1/2e deel), de voormalige echtgenote van haar zoon (voor 1/8e deel) en de kinderen van haar zoon (ieder voor 1/8e deel) als zijn erfgenamen achtergelaten.
2.3.
De nalatenschap is door vier erfgenamen beneficiair aanvaard.

3.Het verzoek

3.1.
Het verzoek strekt, kort gezegd, tot het verlenen van goedkeuring voor de verdeling van de nalatenschap van erflaatster.

4.De beoordeling

4.1.
Uit de door verzoeker overgelegde stukken blijkt dat de nalatenschap al is verdeeld. De notaris geeft namelijk in een e-mail aan dat zij op 14 oktober 2025 alle erfgenamen heeft uitbetaald waarmee de nalatenschap van erflaatster volledig zou zijn afgewikkeld. In artikel 3:183 BW Pro is bepaald dat de verdeling op iedere wijze en in elke vorm kan geschieden, mits de deelgenoten en zij wier medewerking vereist is, allen het vrije beheer over hun goederen hebben en in persoon of bij een door hen aangewezen vertegenwoordiger medewerken, dan wel in geval van bewind over hun recht worden vertegenwoordigd door de bewindvoerder, voorzien van de daartoe vereiste toestemming of machtiging. De kantonrechter kan niet achteraf, na de verdeling, toestemming of machtiging verlenen.
4.2.
Verzoeker heeft niet verzocht om een mondelinge behandeling van het verzoek.
4.3.
Gelet op het voorgaande zaak het verzoek worden afgewezen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.A. Donkersloot en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.