AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toekenning handlichting aan minderjarige voor zelfstandig ondernemerschap
Jan, een 17-jarige minderjarige, verzoekt de kantonrechter om handlichting te verkrijgen voor het zelfstandig uitoefenen van een rioolontstoppingsbedrijf en het openen van een zakelijke bankrekening. Zijn ouders, die het gezag over hem uitoefenen, stemmen schriftelijk in met dit verzoek. Tijdens de zitting op 26 januari 2026 licht Jan toe dat hij zijn eigen bedrijf zo snel mogelijk wil starten en reeds ervaring opdoet door mee te lopen met zijn vader in dezelfde branche.
De kantonrechter beoordeelt het verzoek op grond van artikel 1:235 BWPro en wijst het toe, waarbij wordt benadrukt dat Jan niet onbeperkte meerderjarige bevoegdheden krijgt, maar alleen die bevoegdheden die nodig zijn voor zijn onderneming. Tevens wordt gewezen op de beperking dat Jan niet zelfstandig kan beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen.
Met betrekking tot de publicatieplicht volgens artikel 1:237 BWPro bepaalt de kantonrechter dat de beschikking digitaal wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op www.rechtspraak.nl, wat een ruimer bereik heeft dan de traditionele publicatie in dagbladen. De handlichting gaat in vanaf de datum van deze digitale publicatie.
Uitkomst: Handlichting verleend aan minderjarige voor zelfstandig ondernemerschap met digitale publicatie van de beschikking.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer : 11957676 TT VERZ 25-1236
dossiernummer : VB 46936 datum : 9 februari 2026
aec
Beschikking van de kantonrechter van 9 februari 2026
op het verzoek van:
Jan Johannes Hermanus Alphonsus Maria van Engeland,
geboren te ’s-Hertogenbosch op 1 oktober 2008,
wonende te Wildseweg 4, 5398 KA Maren-Kessel,
hierna te noemen: Jan,
met als belanghebbenden:
Jacob Joseph van Engeland,
geboren te ’s-Hertogenbosch op 2 september 1985,
wonende te Wildseweg 4, 5398 KA Maren-Kessel,
hierna te noemen: de vader,
en
Margot Lucia Teklenburg,
geboren te ’s-Hertogenbosch op 7 december 1985,
wonende te Wildseweg 4, 5398 KA Maren-Kessel,
hierna te noemen: de moeder.
De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 november 2025;
de aanvullende schriftelijke informatie, ontvangen op 2 december 2025.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 26 januari 2026. Van hetgeen ter zitting is besproken, zijn aantekeningen gemaakt. Ter zitting zijn de minderjarige en zijn ouders verschenen.
Het verzoek en de beoordeling
Jan wil bepaalde bevoegdheden krijgen van een meerderjarige. De reden hiervoor is dat Jan een riool ontstoppingsbedrijf wil starten.
Om dit bedrijf zelfstandig te kunnen voeren verzoekt Jan de kantonrechter om hem handlichting te verlenen voor de volgende zaken:
-alle rechtshandelingen die nodig zijn om zijn bedrijf uit te oefenen;
-het openen van een zakelijke bankrekening.
Jan is op dit moment 17 jaar oud. Zijn ouders die het gezag over hem uitoefenen, hebben schriftelijk verklaard in te stemmen met de verzochte handlichting.
Ter zitting heeft Jan duidelijk aan de kantonrechter uitgelegd dat hij graag zo snel mogelijk zijn eigen bedrijf wil beginnen. Momenteel volgt hij nog een opleiding maar in vakanties loopt hij al met zijn vader mee, die in dezelfde branche werkzaam is.
Gelet op de inhoud van het verzoekschrift, het verhandelde ter zitting en de instemming van de ouders is de kantonrechter op grond van artikel 1:235 BWPro van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen, in die zin dat Jan geen onbeperkte bevoegdheden van een meerderjarige verkrijgt maar wel de bevoegdheden waar hij om heeft verzocht.
De kantonrechter wijst in het bijzonder nog wel op artikel 1:235, lid 3 BW waarin is opgenomen dat Jan door handlichting niet bekwaam wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen. Dat komt erop neer dat Jan deze belangrijke goederen, zoals een huis of aandelen, niet zelfstandig kan kopen of verkopen.
Met betrekking tot de publicatieplicht, zoals voorgeschreven in artikel 1:237 BWPro oordeelt de kantonrechter als volgt.
In dit artikel is bepaald dat de beschikking waarin de handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee bij de benoeming voorgeschreven nieuwsbladen. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis konden nemen van deze handlichting. In de huidige samenleving is echter toegang tot internet voor eenieder beschikbaar en publicatie van de handlichting via internet naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zo niet praktisch gezien, ruimer bereik dan de nog bij wet voorgeschreven publicatie in de Staatscourant en twee dagbladen. De kantonrechter zal daarom bepalen dat de griffier zorg zal dragen voor publicatie van deze beschikking in de digitale Staatscourant en zal de beschikking (niet geanonimiseerd) worden gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl. De handlichting werkt door deze publicatieplicht ook niet meteen, maar pas vanaf de datum van publicatie op de online Staatscourant en www.rechtspraak.nl.
De beslissing
De kantonrechter:
- verleent aan Jan Johannes Hermanus Alphonsus Maria van Engeland ,
geboren te ’s-Hertogenbosch op 1 oktober 2008, handlichting tot:
alle rechtshandelingen die nodig zijn om zijn bedrijf uit te kunnen oefenen;
het openen van een zakelijke bankrekening.
- bepaalt dat deze beschikking door de griffier van deze rechtbank zal worden gepubliceerd in de online Staatcourant en niet geanonimiseerd zal worden gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.G.P.A. Burghoorn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.