Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de akte uitlaten verwijzing reconventionele vordering van [eiser]
- de akte uitlaten verwijzing kanton van [gedaagden]
2.De beoordeling
“voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet”. Dat hieraan is voldaan, is niet gesteld, noch gebleken. Het ene deel gaat over de mishandeling en het andere deel gaat over iets anders, de huurovereenkomst.
3.De beslissing
- enerzijds de behandeling van de vorderingen in conventie en de vorderingen in reconventie van [gedaagde 1] (weergegeven in r.o. 2.2. IV en V); en
- anderzijds de behandeling van de vorderingen in reconventie van de vennootschap (weergegeven in r.o. 2.2. VI t/m XI),
woensdag 18 februari 2026(bij deze rechtbank, bij de kamer voor andere zaken dan kantonzaken) voor beraad mondelinge behandeling,
donderdag 19 februari 2026 om 9:00 uur, voor beraad kantonrechter over de verdere gang van zaken,