ECLI:NL:RBOBR:2026:882

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
C/01/419965 / HA ZA 25-617
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101 RvArt. 108 lid 2 RvArt. 108 lid 3 RvArt. 108 lid 4 RvArt. 110 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling forumkeuzebeding in borgtochtsovereenkomst en relatieve onbevoegdheid rechtbank

In deze civiele procedure vordert [gedaagde] dat de rechtbank zich relatief onbevoegd verklaart vanwege het ontbreken van een handtekening op de borgtocht 2023, waarin een forumkeuzebeding is opgenomen. Debitroom stelt dat andere omstandigheden aantonen dat de forumkeuze is overeengekomen.

De rechtbank stelt vast dat de geldleningovereenkomst tussen Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. en Debitroom een forumkeuzebeding bevat voor de rechtbank Oost-Brabant, dat ook geldt voor borgstellingen op grond van de Algemene Voorwaarden MKB. [gedaagde] heeft namens de coöperatie de leningsovereenkomst ondertekend en zich borg gesteld, wat blijkt uit e-mailcorrespondentie en digitale handtekeningen in de borgtocht 2023.

De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van een handtekening op pagina 3 van de borgtocht 2023 niet uitsluit dat de overeenkomst tot stand is gekomen, mede gelet op de digitale handtekeningen en andere bewijsstukken. Het subsidiaire verweer dat het forumkeuzebeding geen gevolg heeft omdat [gedaagde] een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf, wordt verworpen omdat hier sprake is van een ondernemer die zich borg stelt.

De vordering tot relatieve onbevoegdheid wordt afgewezen en [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. De zaak wordt op 25 maart 2026 voortgezet voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de vordering tot relatieve onbevoegdheid af.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/419965 / HA ZA 25-617
Vonnis in incident van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING DEBITROOM,
te Nieuwkuijk,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Debitroom,
advocaat: mr. W. Meijs,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B.J. van de Wijnckel.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring van [gedaagde]
- de conclusie van antwoord in het incident tot onbevoegdverklaring van Debitroom
- de akte uitlating producties in het incident van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten voor zover van belang in het incident

2.1.
[gedaagde] was indirect, via [handelsnaam gedaagde] B.V., bestuurder van de coöperatie Sportshop Zeeland Coöperatie U.A., die een winkel in sportartikelen exploiteert.
2.2.
De heer [A] , financieel tussenpersoon bij Credion Zeeland, heeft op 18 oktober 2022 in een e-mail aan [gedaagde] geschreven:
“Namens financieringspartner Debitroom stuur ik je hieronder het aanbod dat zij Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. kunnen doen:
Graag bieden wij een rekening courant faciliteit aan van € 50.000 tegen een kostenpercentage van 1% per 30 dagen.
Hiervoor vragen we echter de volgende aanvullende voorwaarde:
1. Privé borgstelling door ondernemer
Hiervoor ontvangen wij graag de volgende informatie:
- Legitimatie van de partner van de UBO
- Mailadres van de partner van de UBO
- Woonadres van de ondernemer en zijn partner”
2.3.
[gedaagde] heeft daarop op 19 oktober 2022 als volgt gereageerd:
“Graag wil ik van Debitroom gebruik maken.
Ik zal de benodigde info zsm aanleveren, momenteel heb ik niet de ID van mijn partner bij de hand.”
2.4.
Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. en Debitroom hebben een Raamovereenkomst Leningen (hierna ook: de geldleningovereenkomst) gesloten, die op 20 oktober 2022 digitaal is ondertekend door Debitroom en Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. (vertegenwoordigd door [gedaagde] ). In de geldleningovereenkomst is onder meer opgenomen:
“10.2 Alle eventuele geschillen die betrekking hebben op deze overeenkomst of die uit deze overeenkomst voortkomen, zullen in eerste aanleg worden beslecht door uitsluitend de bevoegde rechter in het arrondissement Oost-Brabant.”
2.5.
In artikel 12 zijn Pro de bij de geldleningovereenkomst gevoegde Algemene Voorwaarden MKB van toepassing verklaard.
Artikel 10 over Pro ‘Zekerheden en borgstellingen’ luidt als volgt:
“10.1 U bent verplicht om op eerste verzoek van DebitRoom zekerheden ten behoeve van DebitRoom te verstrekken. Dit kan via het Dashboard. (…)
10.2
DebitRoom zal zorgdragen voor de betreffende documenten voor het vestigen van zekerheid ten behoeve van DebitRoom.
10.3
Vanaf het moment dat U deze overeenkomst(en) ondertekent gelden deze voorwaarden eveneens op alle overeenkomsten tussen u en DebitRoom”
En in artikel 11.2 is vermeld:
“(…) Alle eventuele geschillen die betrekking hebben op deze overeenkomst of die uit deze overeenkomst voortkomen, zullen in eerste aanleg worden beslecht door uitsluitend de bevoegde rechter in het arrondissement Oost-Brabant.”
2.6.
Debitroom heeft een geschrift opgesteld met de titel ‘Overeenkomst van borgtocht Particulier’ voor een maximaal bedrag van € 100.000,00, waarin Debitroom wordt aangemerkt als ‘schuldeiser’ en [gedaagde] als ‘borg’ (hierna: de borgtocht 2023). Dit geschrift is op 26 oktober 2023 door Debitroom ondertekend. Rechtsboven de titel van dit geschrift staan twee digitale handtekeningen met vermelding van de datum 29 oktober 2023 en de naam, het e-mailadres en het ID-nummer van [gedaagde] en zijn toenmalige partner. In dit geschrift is onder meer vermeld:
“14 Alle geschillen die tussen partijen zullen ontstaan in verband met de uitleg of de toepassing van deze overeenkomst, of overeenkomsten de hieruit voortvloeien, zullen worden beslecht door de bevoegde rechter conform de Algemene Voorwaarden.”
In het tweede lid van artikel 21 van Pro de Algemene Voorwaarden is vermeld:
“Alle geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van de Financieringsdocumenten dan wel van nadere overeenkomsten en andere handelingen in samenhang met de Financieringsdocumenten, zullen worden beslecht door de bevoegde rechter in het arrondissement Oost-Brabant, zulks behoudens dwingende competentieregels aan deze keuze in de weg zouden staan.”
2.7.
In de hoofdzaak spreekt Debitroom [gedaagde] aan op nakoming van zijn verplichtingen onder de borgtocht 2023.

3.Het geschil en de beoordeling in het incident

3.1.
[gedaagde] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Primair stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat de borgtocht 2023 niet is ondertekend en dat het forumkeuzebeding in 14 van de borgtocht 2023 in combinatie met artikel 21 van Pro de Algemene Voorwaarden van Debitroom daarom niet is overeengekomen. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat een forumkeuzebeding in een ondertekend geschrift gezien artikel 108 lid 2 Rv Pro geen gevolg zou hebben. [gedaagde] is een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf en dit is daarom een zaak zoals bedoeld in artikel 101 Rv Pro.
3.2.
Debitroom voert gemotiveerd verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
3.4.
De rechtbank stelt voorop dat, anders dan Debitroom aanvoert, het niet noodzakelijk is dat dit incident gezamenlijk met de hoofdzaak wordt behandeld. Artikel 108 lid 4 Rv Pro bepaalt namelijk dat een forumkeuzebeding als een afzonderlijke overeenkomst moet worden beschouwd en beoordeeld. Op grond van artikel 110 Rv Pro moet een verweer dat de rechter relatief onbevoegd is vóór alle verweren worden gevoerd. Het opwerpen van een dergelijk verweer leidt tot een incident waarop conform artikel 209 Rv Pro in beginsel eerst en vooraf wordt beslist.
3.5.
Partijen verschillen van mening over de vraag of de forumkeuze opgenomen in de borgtocht 2023 tussen hen geldt.
3.6.
Artikel 108 lid 3 Rv Pro bepaalt dat een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat een dergelijk beding bevat, zolang het geschrift uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard. Omdat Debitroom zich beroept op de rechtsgevolgen van de forumkeuze, rust op haar de stelplicht voor de aanvaarding van het beding door [gedaagde] .
3.7.
De rechtbank ziet in de door Debitroom aangevoerde omstandigheden en overgelegde stukken voldoende aanwijzingen dat [gedaagde] het beding om de rechtbank Oost-Brabant bevoegd te maken bij geschillen die verband houden met de geldleningovereenkomst en bij geschillen in verband met een borgstelling, heeft aanvaard. Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. en Debitroom hebben in de geldleningovereenkomst de rechtbank Oost-Brabant aangewezen als de bevoegde rechter en ook in de daarop van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden MKB is sprake van een forumkeuze voor rechtbank Oost-Brabant. Gelet op de artikel 10.3 en 11.2 van die voorwaarden geldt deze forumkeuze voor alle overeenkomsten met Debitroom, met name ook voor overeenkomsten over zekerheden en borgstellingen. [gedaagde] is weliswaar geen partij bij de geldleningovereenkomst, maar hij heeft deze wel namens Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. ondertekend. Uit de e-mailcorrespondentie tussen [gedaagde] en de financieel tussenpersoon op 18 en 19 oktober 2022 leidt de rechtbank af dat Debitroom Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. een krediet in rekening courant heeft aangeboden op voorwaarde dat [gedaagde] zich borg zou stellen, dat [gedaagde] dat aanbod namens Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. heeft aanvaard en dat vervolgens op 20 oktober 2022 de geldleningovereenkomst is gesloten. [gedaagde] voert aan dat uiteindelijk een andere overeenkomst tussen Debitroom en Sportshop Zeeland Coöperatie U.A. is gesloten, maar dat zou dan zien op het maximale kredietbedrag en/of de rente. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij zich ter vervulling van de voorwaarde voor het sluiten van de geldleningovereenkomst in 2022 borg heeft gesteld. Op grond van artikel 10.3 en 11.2 van de Algemene Voorwaarden MKB zou op die borgstellingovereenkomst uit 2022 rechtbank Oost-Brabant bevoegd zijn. Hierbij sluit aan dat in de borgtocht 2023 dezelfde rechtbank is vermeld voor het beslechten van alle geschillen die ontstaan naar aanleiding van de geldleningovereenkomst of daarmee samenhangende nadere overeenkomsten of handelingen. In dit verband merkt de rechtbank nog op dat [gedaagde] wel betwist dat hij de borgtocht 2023 niet heeft
ondertekend op pagina 3, wat ook zo is, maar hij is in het geheel niet ingegaan op de digitale handtekeningen rechts
bovenaanin dit geschrift en op de daarbij vermelde identiteitsgegevens. Daarvan voert Debitroom aan dat een van die handtekeningen grote gelijkenissen vertoont met de handtekening op het legitimatiebewijs van [gedaagde] en andere overeenkomsten die door hem zijn ondertekend.
3.8.
De rechtbank oordeelt dat, gelet op het voorgaande, [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat partijen de forumkeuze voor de rechtbank Oost-Brabant zijn overeengekomen. De enkele door [gedaagde] aangevoerde omstandigheid dat de borgtocht 2023 niet is ondertekend, maakt dat niet anders omdat een overeenkomst door aanbod en aanvaarding tot stand komt, waarbij niet alleen de ondertekening kan bewijzen dat er daadwerkelijk een overeenkomst tot stand is gekomen maar dat dit ook kan zijn gelegen in andere omstandigheden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de primaire grondslag voor de incidentele vordering faalt.
3.9.
De rechtbank volgt [gedaagde] ook niet in zijn subsidiaire standpunt dat een forumkeuze in de borgtocht 2023 geen gevolg heeft. De rechtbank merkt deze zaak, waarin sprake is van een ondernemer die zich borg stelt voor de lening van ‘zijn’ winkel, niet aan als een consumentenzaak zoals bedoeld in artikel 101 Rv Pro. De uitzondering van artikel 108 lid 2 Rv Pro gaat daarom niet op.
3.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Debitroom worden begroot op € 792,00 bestaande uit € 614,00 aan salaris advocaat en € 178,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident
4.1.
wijst het gevorderde af,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
4.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
25 maart 2026voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.